Patrick Politiek

Burgerschapsinkomen

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on juli 27, 2017

Onlangs publiceerde de directeur van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland het pleidooi Geef mensen die meedoen een participatie-inkomen. Frank Bluiminck wil mensen met een beperking ondersteunen, ook met een inkomen, om mee te kunnen draaien in de samenleving.
Vorig jaar gebruikte Raymond Gradus, hoogleraar bestuur en economie van de publieke en nonprofit sector aan de VU, dezelfde term participatie-inkomen als alternatief voor het basisinkomen; in feite bedoelt hij hiermee een beperkte vorm van voorwaardelijk basisinkomen.
Ik pleit er hier voor het (basis)inkomen in ruil voor actieve maatschappelijke deelname uiterst breed te trekken.

Vrijwel alle mensen leveren naar vermogen en interesse een bijdrage aan de samenleving waarvan ze deel uitmaken. Waarom zou de samenleving de ene vorm van vrijwillige participatie financieel hoger waarderen dan de andere? Alle burgers zijn vrij in de mate en de vorm waarin zij hun maatschappelijke bijdrage leveren. De principes van vrijheid en gelijkheid vragen dan ook om een gelijke waardering voor elke vorm van burgerschap die iemand kiest. Ik spreek daarom dus van een burgerschapsinkomen, een basisinkomen dat iedere burger in staat stelt om op eigen wijze het burgerschap, het lidmaatschap van een formele samenleving, in te richten.

Waardevolle werkzaamheden

Naast deze, noem het principiële argumentatie is er ook een meer praktische redenering denkbaar die op hetzelfde punt uitmondt, als je de huidige manier van belonen van werk in de samenleving relativeert.

“Feitelijk is de koek op de arbeidsmarkt veel groter, in de zin van het voor¬handen zijn van werk dat vanuit een bredere maatschappelijke opvatting van lonend werk uitstekend kan worden gedaan.” In hun pleidooi voor een parallelle economie wezen Ton Wilthagen en Jos Verhoeven, respectievelijk hoogleraar Arbeidsmarkt in Tilburg en directeur van Start Foundation, op de betrekkelijkheid van wat we in de samenleving onder lonend werk verstaan. Er is veel meer goeds te doen in de samenleving dan we nu waarderen door ervoor te betalen.
Ik draai het ook om: we hebben nu soms absurd veel geld over – of sommige mensen hebben in elk geval een absurd hoog inkomen uit – activiteiten die maatschappelijk gezien helemaal geen zinvolle bijdrage zijn, of die zelfs alleen de verwoesting (of enorme kwaliteitsvermindering) van onze leefomgeving tot gevolg hebben. Je kunt in zekere zin een belasting op topinkomens ook zien als een vorm van straf voor een gebrek aan maatschappelijk relevante werkzaamheden. Of als financiële bijdrage aan de samenleving waar anderen misschien veel meer in natura geven, door hun vrijwilligerswerk, door hun mantelzorg – onbetaalbaar! – of door hun (bijdrage aan de) opvoeding van een nieuwe generatie, om maar een paar willekeurige voorbeelden te noemen waarmee al een enorm scala aan voor de samenleving schier onmisbare activiteiten worden gedekt.

Belonen

De betrekkelijkheid van het huidige systeem van beloning van vrijwillige activiteiten wordt ook duidelijk uit werkzaamheden waar de samenleving nog niet zo lang geleden wel een financiële waardering voor over had, maar die onder het doorgeslagen neoliberaal marktdenken zijn wegbezuinigd. Denk aan toezichthouders in het openbaar vervoer, hulpconciërges die op (basis)scholen de werkdruk van de leerkrachten verlichten of huismeesters die de hele dag aanspreekbaar zijn in sociale huurcomplexen.

Op al deze en nog veel meer plekken kunnen we als samenleving wel wat extra hulp, aandacht en toezicht gebruiken, maar hebben we er in het huidige systeem geen geld voor over. Nou, hier en daar zie je wel weer straatcoaches, gastvrouwen en -heren, fietscoaches en wat dies meer zij opduiken. Dus waarom belonen we niet ook natuurliefhebbers die natuur- en milieulessen verzorgen op scholen of liever nog in het groen? Of gidsen die toeristen ontvangen en wegwijs maken? Of vul zelf maar in, er is genoeg te doen in de maatschappij!

Als we redeneren vanuit een brede maatschappelijke opvatting van wat waardevolle werkzaamheden voor de samenleving zijn, zijn er maar weinig mensen zonder commercieel inkomen die helemaal niets bijdragen en die buiten de regeling vallen van een burgerschapsinkomen als vorm van voorwaardelijk basisinkomen. In veel gevallen zal het dan gaan om mensen die daartoe lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn en daarom een beroep (moeten) doen op de solidariteit van de samenleving als geheel. In een enkel geval kan iemand zich geheel onttrekken aan de samenleving. Ook dat is een vrije keus natuurlijk!

Basisinkomen

In de discussie over het basisinkomen worden veel andere relevante, aanvullende argumenten naar voren gebracht, onder meer over de afname van werk door robotisering en over de vermindering van de uitvoeringskosten door alle verschillende uitkeringsvormen te combineren. Die ga ik hier niet allemaal uitgebreid herhalen. Het zal duidelijk zijn dat ik uit de varianten van een onvoorwaardelijk en een voorwaardelijk basisinkomen kies voor een inkomen met maar één voorwaarde, en dan ook nog eens zo ruim geformuleerd dat vrijwel iedereen onder de regeling valt. Behalve mensen die een inkomen verdienen door zo veel uren te werken dat ze geen tijd over houden om maatschappelijk zinvol bezig te zijn 😉

Advertenties

Het raadslid van de toekomst: ideeënmakelaar, spelverdeler en volkstribuun?

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on januari 23, 2015

Het is een open deur waar ik graag doorheen stap: de verhouding tussen ‘de overheid’ en ‘de burger’ is aan het verschuiven. Iedereen begrijpt dat ‘de overheid’ en ‘de burger’ niet bestaan, net zo min als ‘de Nederlander’ (al mocht Máxima dat niet gewoon zeggen), dus het verschuiven van een rolverdeling tussen beide niet-bestaansvormen is een ‘schimmig’ gedoe. Of positiever gezegd: het gaat om een ontwikkeling die haar schaduw ver vooruitwerpt en waarvan alleen nog maar contouren zichtbaar zijn.

In het leernetwerk vernieuwing (lokale) demokratie denken we met een heleboel raadsleden na over de betekenis die deze verschuiving heeft of krijgt voor de rol en het functioneren van ‘volksvertegenwoordigers’: in theorie vertegenwoordigen raadsleden immers de mensen die hen in de gemeenteraad hebben gekozen. Dat vertegenwoordigen is ook al lang een fictie, althans in de directe betekenis van het woord, want ik ken alle 2191 mensen die op mij hebben gestemd natuurlijk niet allemaal persoonlijk: we hebben immers vrije en geheime verkiezingen. De vertegenwoordiging loopt via een verkiezingsprogramma waarvan kiezers hoogstens via een stemhulp enige notie van hebben genomen…

Mensen laten zich natuurlijk anno nu natuurlijk ook niet meer louter vertegenwoordigen. Ja, alle bestuurlijke formaliteiten laten we graag aan raadsleden over (ja ‘we’, want ik ben ook gewoon inwoner van de stad). Maar als het er op aan komt, als het ons zelf aangaat, als het onze directe leefomgeving betreft of iets waar we persoonlijk mee begaan zijn, dan bemoeien we ons daar uiteraard lekker zelf mee!

Naast de vertegenwoordigende demokratie bloeit dus de meewerkende en de meepratende demokratie op, hier en daar zijn zelfs al vroege uitlopers van de meebeslissende demokratie waarneembaar of ontkiemt zowaar iets van directe zeggenschap en eindverantwoordelijkheid van inwoners.

De vraag is dan: wat is de rol en verantwoordelijkheid van volksvertegenwoordigers bij dergelijke deliberatieve en directe vormen van demokratie?

Zo veel mogelijk zeggenschap

De afgelopen pakweg acht jaar – twee raadstermijnen – speelde ik naast de rol van volksvertegenwoordiger die typische partijstandpunten namens de achterban naar voren brengt, ook meer en meer de rol van ‘volksverbinder’ (de term die de Gemeenteraad van de Toekomst en de Raad Openbaar Bestuur gebruiken), die initiatiefnemers in de stad adviseert, in contact brengt met de juiste mensen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie en tegelijkertijd zowel meedenkt aan concrete oplossingen of alternatieven, als op het platform van de gemeentepolitiek probeert structurele aanpassingen te bewerkstelligen om een betere weg te banen voor toekomstige initiatieven. Ik vind het namelijk belangrijk dat alle mensen zo veel mogelijk zeggenschap over hun eigen leven hebben [1]. Dat is voor mij bij uitstek hét demokratische principe.

Omdat bij de selectie van de initiatieven waarvoor ik mij sterk maak en de manier waarop ik mijn netwerk inzet om medeburgers verder te helpen vanzelfsprekend mijn eigen politieke principes en standpunten meespelen, verkies ik de term ‘ideeënmakelaar’ boven ‘volksverbinder’: ik knoop niet neutraal wat touwtjes aan elkaar, maar ‘verrijk’ ideeën, breng eigen accenten aan en leg vooral verbindingen van een bepaalde ‘kleur’ [2].

Stadsgesprekken en zo

Op dit moment zie ik voor mezelf ook een belangrijke opdracht binnen de gemeentepolitiek. Er staan veel initiatiefnemers ‘voor de deur van het stadhuis’ te trappelen van ongeduld; zij hebben op allerlei manieren de gemeente nodig om hun plan te realiseren of op zijn minst verder te helpen. (Er is in Zwolle een sterke ‘kantelbeweging’, die ook nadrukkelijk naar verbinding met de gemeente en de gemeentepolitiek zoekt.) Ik zit als raadslid ‘binnen’ in dat stadhuis en vind het mijn verantwoordelijkheid om de deuren open te zetten en met ‘de hele politiek’ naar buiten te gaan. Dat kan zowel online als fysiek in de vorm van stadsgesprekken en zo: van wijkdialogen tot burgerpanels, met de traditionele opkomst of door loting samengesteld. Op dit pad zetten we in Zwolle ook stappen vooruit, al gaat het mij niet gauw snel genoeg [3].

Daarnaast probeer ik ook burgers zoveel mogelijk middelen in handen te geven om (samen) sterk te staan en dingen ‘met elkaar voor elkaar’ voor elkaar te krijgen. Een mooi beginnetje is het right to challenge in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waar we in Zwolle echt werk van maken [4]. Maar ik ben ook bezig met verdergaande rechten zoals budgetmonitoring, wijkbegrotingen en bewonersrechten als het recht op gebruik van maatschappelijk vastgoed [5].

2025

Als we bij wijze van vingeroefening proberen dit proces van verdergaande demokratisering (of ‘doordecentralisering’) nog eens wat verder door te denken, tendeert in mijn ogen de rol van het raadslid naar die van spelverdeler. Een hoop bestuurlijke dingen zullen door een klassieke volksvertegenwoordiging worden afgehandeld, maar daarnaast is er veel meer ‘samenspel’ tussen overheid en burgers. De verdeling tussen beide spelvormen in de gaten houden, zal misschien wel de grootste verantwoordelijkheid van het raadslid van de toekomst worden.

En misschien krijgt een raadslid op den duur daardoor steeds minder een inhoudelijke verantwoordelijkheid (ideeënmakelaar) en steeds meer procesverantwoordelijkheid: zorgen voor een gelijk speelveld tussen burgers, informatiestromen bewaken of garanderen, bepalen of de budgetverantwoordelijkheid wel ‘laag’ genoeg in de samenleving ligt – dat soort dingen. Doe-demokratie (de term is van Plasterks nota [6]) is in mijn ogen niet alleen doen, maar moet vooral ook demokratisch zijn: iedereen heeft even veel kans en recht om mee te doen en de raad wordt wellicht de hoeder van het demokratische gehalte van de demokratie. De bewaker van een gemeentebestuur waarin iedereen zo veel mogelijk zeggenschap over het eigen leven en de eigen leefomgeving heeft. Daarbij horen dan misschien ook moderne vormen van de middelen die een volkstribuun in de Romeinse republiek [7] ter beschikking stonden: een unieke doorzettingsmacht (vetorecht, interventierecht) ten behoeve van een goed functionerende samenspel tussen overheidsbestuur en zelfbestuur door burgers. En wie weet ook een digitaal ‘schervengericht ‘[8] waarmee burgers per referendum de loopbaan van een politicus met te veel eigen ideeën aan diggelen kunnen slaan.

De toekomst zal leren of en in hoeverre we dan ‘terug’ zijn bij de idealen van de jaren ’60, bij de oude Romeinse republikeinse rechtstaat of bij de ‘basisdemokratie’ van de stadsstaat Athene…

Deze tekst is oorspronkelijk geschreven ten behoeve van reflectie in het Leernetwerk Lokale Democratie


[1] zie ook mijn blog Zeggenschap en tegenmacht

[2] In Zwolle kent de gemeente overigens een ambtenaar in de rol van ideeënmakelaar, zie https://www.zwolle.nl/doemee/ideeenmakelaar Ik ontleen aan die functie de term, niet de rol: die is met name gericht op het begeleiden van burgerinitiatieven door de krochten van de interne ambtelijke organisatie. Als raadslid ben je ook en met name ‘in de stad’ actief als verbinder en makelaar, niet alleen ‘in het stadhuis’.

[3] Voorbeelden uit de Zwolse actuele politiek: GroenLinks Deltaplan voor de demokratie, van vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen 2014: https://patrickpolitiek.wordpress.com/2014/03/17/deltaplan-voor-de-demokratie/, onze inzet voor echte stadsgesprekken: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/naar-een-%C3%A9cht-stadsdebat (waarvoor ook daadwerkelijk steun is in de raad: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/steun-voor-echt-stadsdebat) en recentelijk nog de aandacht voor de experimenteerruimte die minister Plasterk wil bieden: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/groenlinks-wil-zwolse-initiatieven-helpen-door-knellende-regels-te-omzeilen. (Ik werk op dit vlak overigens veel samen met burgerraadslid Remko de Paus, die in 1998 is afgestudeerd op interactieve beleidsvorming en met name de participatie van etnische minderheden.)

[4] Zie https://zwolle.groenlinks.nl/uitgelicht en met name https://zwolle.groenlinks.nl/right-challenge

[5] zie voor mijn ideeën hierover https://zwolle.groenlinks.nl/burgerkracht

[6] De doe-democratie. Kabinetsnota ter stimulering van een vitale samenleving http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/publicaties/2013/07/09/kabinetsnota-doe-democratie.html

[7] De Romeinse republiek wordt wel gezien als een (ideaaltypische) gemengde constitutie waarin de bevoegdheden van de twee ‘jaarkoningen’ (consuls), de artistokratie (senaat) en de burgers (volksvergadering, volkstribunen) in een afgewogen geheel van checks and balances elkaar in evenwicht hielden.

[8] in het oude Athene had men de mogelijkheid ingebouwd van een referendum waarbij stemgerechtigden een ambtsdrager konden ‘wegstemmen’ (ostrakisme)

Thorbecke 2.0

Posted in gemeenteraad Zwolle, landelijke politiek by patrickpolitiek on oktober 3, 2010

“Gemeenten zien geen heil in van bovenaf opgelegde blauwdrukken voor de toekomst van bestuurlijk Nederland”

“Per taak en per regio moet gekeken worden naar maatwerk; daarbij is samenvoeging van gemeenten niet uitgesloten.”

Hier zijn duidelijk bestuurders aan het woord die geen zin hebben om orde op zaken te stellen in de chaos van bestuurlijke constructies die dit landje teistert. Al vanaf mijn entree in de lokale politiek valt mij op dat we als gemeente bijna geen besluit kunnen nemen waaraan een substantieel prijskaartje hangt, of er is minstens één, maar meestal toch wel een tweetal andere overheden bij betrokken die een flinke duit in de zak moeten doen om het een of ander voor elkaar te krijgen. Ik leefde als argeloos burger nog in de veronderstelling dat de gemeente gewoon zijn eigen rotondes en bruggen betaalt, de provincie provinciale wegen beheert en het waterschap zorgt dat we allemaal droge voeten houden. Maar nee hoor, als we het ingewikkeld kunnen maken, waarom zouden we het dan eenvoudig doen? Het moet niet te overzichtelijk worden voor de gewone burger, hè?

Bovenstaande citaten zouden de communis opinio weergeven tijdens een regionale VNG-bijeenkomst afgelopen week in Kampen. Aanleiding voor deze bijeenkomsten is de resolutie ‘Het perspectief van gemeenten’, die het VNG-congres niet overleefde. Typisch uitspraken van mensen die het wel handig vinden, die ‘bestuurlijke drukte’ waarin zij lekker ongestoord hun gang kunnen gaan. Ongestoord wil zeggen: met zo min mogelijk democratische controle. Met maatwerk bedoelen ze namelijk: samenwerkingsconstructies waar noch provinciale staten noch gemeenteraden al te veel bemoeienis mee hebben. De bezuinigingen die er aan komen worden daar ineens een heel handig argument voor: die zullen haast vanzelf wel leiden tot ‘verdergaande vormen van samenwerking’.

Maar vooral geen blauwdrukken waarin nu eens helder de verschillende taken en verantwoordelijkheden worden toebedeeld aan democratisch gelegitimeerde organen met een schaalgrootte die past bij de reikwijdte van hun functie in het geheel! Nee, liever vasthouden aan die blauwdruk van Thorbecke van meer dan anderhalve eeuw geleden! Dat huis, dat we inmiddels zo hebben uitgewoond dat een normaal mens denkt dat-ie in een tekening van Escher terecht is gekomen. Daar loop je voortdurend van het kastje naar de muur, daar kom je steeds in een vicieuze cirkel terecht, daar zet het perspectief je lekker op het verkeerde been. Maximale speelruimte voor hen die er zich thuis voelen. Een doolhof voor wie wat gedaan wil krijgen, een verantwoordelijke wil aanspreken of democratische controle wil uitoefenen.

Het is toch mooi handig als je als bestuurders, zeg, enkele tientallen miljoenen hebt te verdelen omdat je wat aandelen van de hand hebt gedaan, en dan samen met een boel medebestuurders uitonderhandelt wie wat waaraan besteedt? Als je dan verantwoording moet afleggen tegenover de daartoe gekozen volksvertegenwoordigers, zeg je gewoon: ja, aan dat de uitkomst van dat complexe proces van onderhandelen met al die verschillende partners kun je natuurlijk niets meer veranderen; dan is het einde zoek.
En dan heb ik het maar niet over de lappendeken aan regio’s en samenwerkingsverbanden waar nauwelijks een gekozen volksvertegenwoordiger naar omkijkt. Dat is helemaal een vrijplaats voor de blauwdrukhaters.

Mij dunkt: beter een overzichtelijk nieuw ontwerp dan de zoveelste verbouwing aan de bouwval van Thorbecke.

Loten en klankborden

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on mei 11, 2010

Demokraten in het klassieke Griekenland vonden loten eerlijker dan verkiezingen. Het belangrijkste argument tegen verkiezingen: die zijn gemakkelijk te beïnvloeden door demagogie.
Met het oog op de actuele landelijke verkiezingsretoriek is het verleidelijk door te gaan op het thema demagogie. Maar ik wil het eigenlijk hebben over loting. Ook dat thema biedt volgens mij namelijk aanknopingspunten voor de moderne democratie, in elk geval op lokale schaal.
Nu zal ik niet pleiten voor het loten van onze toekomstige landsbestuurders, noch voor “gelote burgemeesters”. Een complexe samenleving besturen vraagt een zeker deskundigheid en bepaalde competenties – en dan nog gaat het regelmatig mis (een brug kost een derde meer dan geraamd, een metrolijntje boren valt tegen, een muntunie mislukt…). Maar net zo goed als je voor een nieuwe knie naar de orthopedist gaat en voor een muurtje naar de metselaar, heb je voor het stadsbestuur ook vakmensen nodig; zoiets laat je niet over aan de eerste de beste ‘idioot’ die je tegenkomt op straat (heel vrij naar Sokrates/Plato; wie van de twee precies, dat weet je nooit zeker).
Niettemin, de gelijkwaardigheid van alle mensen die ten grondslag ligt aan de demokratische idee, laat zich heel goed rijmen met loting: het maakt in principe niets uit welke burger je vraagt. Dit principe passen we bijvoorbeeld toe op verkiezingen: one man one vote. De professor politicologie heeft bij verkiezingen net zo veel in te brengen als de 18-jarige scholier die geen voldoende haalde voor z’n proefwerk staatsinrichting. Waarom zouden we dit principe dan bijvoorbeeld niet ook toepassen bij het samenstellen van groepen burgers die meewerken aan de voorbereiding of uitvoering van beleid?
Ik zie er wel wat in om een klankbordgroep door middel van loting samen te stellen. Het is in elk geval eerlijker dan bijvoorbeeld gewoon maar mensen een plekje geven die zichzelf opwerpen als belanghebbende namens een onduidelijke, ongedefinieerde of zelfs dubieuze achterban.

Addendum voor elke belangengroepering die zich door de vorige zin aangesproken voelt: ik bedoel natuurlijk niet jullie club, jullie zijn te goeder trouw, vertegenwoordigen zoveel mensen, zijn ter zake deskundig enzovoorts. Maar dat bedoel ik nou net: in principe maakt het toch niet uit welke burger wordt geraadpleegd? Zijn jullie more equal than others? Overheden hebben voortdurend te doen met mensen zoals jullie. Dat vinden ze zelfs handig en prettig: jullie spreken elkaars taal, jullie begrijpen elkaar, jullie komen er wel uit.
Maar al die andere burgers – die hebben toch evenveel stemrecht? Evenveel recht om hun stem te laten horen? Laten we loten wie er mee mag praten!

Rolverwisseling

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on mei 1, 2010

De overheid is er om – namens ons allemaal – de gang van zaken in de samenleving te regelen. Dat heeft grote voordelen. Zo hoeven mensen niet steeds zelf afspraken te maken of het in het ergste geval uit te vechten als het belang van de een op dat van de ander botst.
De overheid bestuurt, ordent, regelt, probeert gedrag te beïnvloeden en wat al meer, allemaal met als doel de zaken in de samenleving zo soepel mogelijk te laten verlopen. Je kunt die taken van de overheid willen uitbreiden, laten zoals het nu is of juist beperken – dat is een andere discussie. Maar de functie van de overheid als ‘gezag’ (of met een minder populaire term: autoriteit) staat buiten kijf, behalve bij principiële anarchisten. En in toenemende mate zo af en toe als het uitkomt bij burgers die ‘even’ niet voor rede vatbaar zijn. Dat heeft volgens mij veel te maken met verwarring over de rol die de overheid speelt in de samenleving. Dat zit zo.

De instrumenten die de overheid gebruikt om haar ordenende functie waar te maken zijn wetten, regels, beleid, verordeningen, plichten, rechten, subsidies, vergunningen en noem maar op, maar ook toezicht, controle, handhaving, opsporing, boetes en erger.
Burgers krijgen binnen dat hele scala aan bestuursactiviteiten nogal eens te maken met een overheid die tijdens het regelen en ordenen verdacht veel lijkt op een winkelier, bedrijf of instelling die ze ook uit andere transacties in de samenleving kennen. Ze schaffen een dienst aan van de overheid en de overheid heeft zich de afgelopen decennia aangeleerd om zich in dit soort gevallen keurig dienstverlenend op te stellen. De overheid biedt de service die een klant nu eenmaal verwacht van een dienstverlener. Dat is hartstikke mooi natuurlijk. Maar kennelijk ook een beetje verwarrend. Want de overheid verleent geen bouwvergunning omdat ze een gat in ‘de markt’ ziet en lekker geld meent te kunnen verdienen door bouwvergunningen te ‘verkopen’. De overheid leidt het bouwen en verbouwen in goede banen zodat alle belangen goed op elkaar worden afgestemd en ze gebruikt daarvoor het bestuurlijke instrument van een vergunning. Dat de overheid zich daarbij servicegericht gedraagt, mooi. Maar de burger die een vergunning aanvraagt is geen klant van de overheid. En die overheid is geen bedrijf dat geld verdient aan de burger.
De overheid regelt de boel namens ons allemaal en zet het geld dat ze binnenkrijgt met vergunningen, paspoorten, boetes en belastingen ook weer in ten bate van ons allemaal. Het is een fataal misverstand dat het marktdenken heeft gewekt en dat volgens mij de bron is van het tanende gezag van de overheid en goeddeels een verklaring voor wat gemeenlijk de ‘kloof’ wordt genoemd tussen burgers en politiek.*
Politici zijn ten principale geen dienstverleners. Zij maken onderdeel uit van de overheid, dus van ‘het gezag’ in de samenleving. Zij ordenen het maatschappelijk verkeer. Daartoe wegen zij verschillende belangen af. Al naar gelang hun kijk op de samenleving wegen voor hen bepaalde belangen zwaarder dan andere. Maar de uitkomst van hun belangenafwegingen leidt tot een ‘wet’, niet tot een product of een dienst.

Zou het nu beter zijn als de overheid weer ouderwets-bureaucratisch te werk gaat? Dan is weer voor iedereen duidelijk dat de overheid geen bedrijf is en de burger weet weer zeker dat hij geen klant is. En politici (en ambtenaren) hoeven dan zeker niet meer aanspreekbaar te zijn voor burgers? Lekker geen interactieve beleidsvorming meer, maar vanuit de ivoren toren besturen…
Nee, we gaan het kind niet met het badwater weggooien! Maar duidelijk is wel dat een transparante en interactieve democratie hoge eisen stelt aan politici en burgers. Die moeten elkaar zo af en toe indringend wijzen op de rol die ze ten opzichte van elkaar hebben. Dat is een boeiend gesprek, dat ik zowel in de virtuele wereld, als in het echt veelvuldig zal voeren. Want wat is nou het mooie van democratie? Ik was gewoon een burger van Zwolle en nu ben ik ‘zo maar’ vier jaar politicus.

*Zie ook het schrijven van de Raad voor maatschappelijke ontwikkeling: De toekomst van de bestuurlijke inrichting