Patrick Politiek

Drie klassieke gedachten over democratie

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on juli 13, 2016

‘Werken aan nieuwe democratie’ – met dat motto is de afgelopen maanden binnen GroenLinks een partijbrede discussie gevoerd over de vraag: zeggenschap, hoe doe je dat? Bij gesprekken over democratie en zeggenschap grijp ik graag terug op de klassieken: het hele begrip democratie is immers van klassieke origine. Voor wie denkt dat wij in een democratie leven breng ik dan om te beginnen graag de omschrijving van Aristoteles* onder de aandacht: dat men om de beurt wordt geregeerd en zelf regeert…
Het meest bekende onderdeel van de klassieke Griekse democratie is – althans sinds het pleidooi van David Van Reybrouck Tegen verkiezingen – het principe van loting als uiting van de fundamentele gelijkwaardigheid van alle deelnemers aan de samenleving. Ik geef de lezer hier graag drie minder bekende klassieke gedachten mee.

Cyclus van staatsvormen
Een pessimistisch stemmende gedachte is dat er een wetmatige pervertering plaatsvindt van de ‘zuivere’ staatsvormen. De alleenheerser wordt op den duur tyranniek, de elite regentesk en de brave burgers ontaarden in een verwende massa die als ze haar zin niet krijgt agressief wordt. Het eind van het liedje is dat de roep om een sterke leider klinkt, die eerst inderdaad orde op zaken stelt maar zich allengs ontpopt tot een alleenheerser, terug bij af:

cyclus staatsvormen

We zouden hieruit het gevaar kunnen destilleren van “te veel democratie”. Het risico dat onkunde, willekeur en volksmennerij leiden tot onevenwichtig of wispelturig beleid is nuttig om in het achterhoofd te houden bijvoorbeeld bij discussies over de wenselijkheid van referenda en gekozen ministers-president of burgemeesters.

Het ideaal van de gemengde constitutie
Romeinse denkers vonden dat hun republiek een uitgebalanceerd geheel vormde waarin de invloed van de burgers, de deskundigheid van de elite en de beslissende daadkracht van politieke leiders verzekerd waren. Onze ‘diplomademocratie’ heeft ook wel sterke trekken van zo’n gemengde constitutie:

gemengde staatsvorm

Een les voor onze tijd zou kunnen zijn dat we vooral moeten denken in termen van verrijking van het democratische arsenaal met een scherp oog voor evenwicht van de verschillende invloeden. Dus als er een rechtstreeks gekozen burgemeester komt, dan ook een (digitaal) ‘schervengericht’ waarmee een te eigengereide politicus kan worden weggestemd. Het is dus ook niet óf een doe-democratie óf een vertegenwoordigende democratie: het gaat om de verhouding tussen meer directe zeggenschap en deliberatieve democratie enerzijds en de representatieve democratie zoals die zich in de moderne tijd heeft ontwikkeld anderzijds.

Volkstribuun
In het verlengde daarvan noem ik als derde gedachte de figuur van de volkstribuun. In zeker zin vervult onze ombudsman de rol van een volkstribuun: het opkomen voor de belangen van een (on(der)vertegenwoordigde) minderheid of zelfs eenling. Onlangs opperde DWARS het idee van een ombudsteam voor toekomstige generaties, om te garanderen dat hun belang meeweegt bij het vaststellen van het beleid van nu. Misschien zou zo’n figuur net als in de oudheid moeten worden bekleed met een unieke doorzettingsmacht (vetorecht, interventierecht). Maar ook voor de huidige niet-gehoorde burgers kan zo’n ‘volkstribuun’ nuttig zijn, om bij te dragen aan een goed functionerend samenspel tussen overheidsbestuur en zelfbestuur door burgers.

*Arist. Pol. verkorte weergave 1317b1

 

Advertenties

Het raadslid van de toekomst: ideeënmakelaar, spelverdeler en volkstribuun?

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on januari 23, 2015

Het is een open deur waar ik graag doorheen stap: de verhouding tussen ‘de overheid’ en ‘de burger’ is aan het verschuiven. Iedereen begrijpt dat ‘de overheid’ en ‘de burger’ niet bestaan, net zo min als ‘de Nederlander’ (al mocht Máxima dat niet gewoon zeggen), dus het verschuiven van een rolverdeling tussen beide niet-bestaansvormen is een ‘schimmig’ gedoe. Of positiever gezegd: het gaat om een ontwikkeling die haar schaduw ver vooruitwerpt en waarvan alleen nog maar contouren zichtbaar zijn.

In het leernetwerk vernieuwing (lokale) demokratie denken we met een heleboel raadsleden na over de betekenis die deze verschuiving heeft of krijgt voor de rol en het functioneren van ‘volksvertegenwoordigers’: in theorie vertegenwoordigen raadsleden immers de mensen die hen in de gemeenteraad hebben gekozen. Dat vertegenwoordigen is ook al lang een fictie, althans in de directe betekenis van het woord, want ik ken alle 2191 mensen die op mij hebben gestemd natuurlijk niet allemaal persoonlijk: we hebben immers vrije en geheime verkiezingen. De vertegenwoordiging loopt via een verkiezingsprogramma waarvan kiezers hoogstens via een stemhulp enige notie van hebben genomen…

Mensen laten zich natuurlijk anno nu natuurlijk ook niet meer louter vertegenwoordigen. Ja, alle bestuurlijke formaliteiten laten we graag aan raadsleden over (ja ‘we’, want ik ben ook gewoon inwoner van de stad). Maar als het er op aan komt, als het ons zelf aangaat, als het onze directe leefomgeving betreft of iets waar we persoonlijk mee begaan zijn, dan bemoeien we ons daar uiteraard lekker zelf mee!

Naast de vertegenwoordigende demokratie bloeit dus de meewerkende en de meepratende demokratie op, hier en daar zijn zelfs al vroege uitlopers van de meebeslissende demokratie waarneembaar of ontkiemt zowaar iets van directe zeggenschap en eindverantwoordelijkheid van inwoners.

De vraag is dan: wat is de rol en verantwoordelijkheid van volksvertegenwoordigers bij dergelijke deliberatieve en directe vormen van demokratie?

Zo veel mogelijk zeggenschap

De afgelopen pakweg acht jaar – twee raadstermijnen – speelde ik naast de rol van volksvertegenwoordiger die typische partijstandpunten namens de achterban naar voren brengt, ook meer en meer de rol van ‘volksverbinder’ (de term die de Gemeenteraad van de Toekomst en de Raad Openbaar Bestuur gebruiken), die initiatiefnemers in de stad adviseert, in contact brengt met de juiste mensen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie en tegelijkertijd zowel meedenkt aan concrete oplossingen of alternatieven, als op het platform van de gemeentepolitiek probeert structurele aanpassingen te bewerkstelligen om een betere weg te banen voor toekomstige initiatieven. Ik vind het namelijk belangrijk dat alle mensen zo veel mogelijk zeggenschap over hun eigen leven hebben [1]. Dat is voor mij bij uitstek hét demokratische principe.

Omdat bij de selectie van de initiatieven waarvoor ik mij sterk maak en de manier waarop ik mijn netwerk inzet om medeburgers verder te helpen vanzelfsprekend mijn eigen politieke principes en standpunten meespelen, verkies ik de term ‘ideeënmakelaar’ boven ‘volksverbinder’: ik knoop niet neutraal wat touwtjes aan elkaar, maar ‘verrijk’ ideeën, breng eigen accenten aan en leg vooral verbindingen van een bepaalde ‘kleur’ [2].

Stadsgesprekken en zo

Op dit moment zie ik voor mezelf ook een belangrijke opdracht binnen de gemeentepolitiek. Er staan veel initiatiefnemers ‘voor de deur van het stadhuis’ te trappelen van ongeduld; zij hebben op allerlei manieren de gemeente nodig om hun plan te realiseren of op zijn minst verder te helpen. (Er is in Zwolle een sterke ‘kantelbeweging’, die ook nadrukkelijk naar verbinding met de gemeente en de gemeentepolitiek zoekt.) Ik zit als raadslid ‘binnen’ in dat stadhuis en vind het mijn verantwoordelijkheid om de deuren open te zetten en met ‘de hele politiek’ naar buiten te gaan. Dat kan zowel online als fysiek in de vorm van stadsgesprekken en zo: van wijkdialogen tot burgerpanels, met de traditionele opkomst of door loting samengesteld. Op dit pad zetten we in Zwolle ook stappen vooruit, al gaat het mij niet gauw snel genoeg [3].

Daarnaast probeer ik ook burgers zoveel mogelijk middelen in handen te geven om (samen) sterk te staan en dingen ‘met elkaar voor elkaar’ voor elkaar te krijgen. Een mooi beginnetje is het right to challenge in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waar we in Zwolle echt werk van maken [4]. Maar ik ben ook bezig met verdergaande rechten zoals budgetmonitoring, wijkbegrotingen en bewonersrechten als het recht op gebruik van maatschappelijk vastgoed [5].

2025

Als we bij wijze van vingeroefening proberen dit proces van verdergaande demokratisering (of ‘doordecentralisering’) nog eens wat verder door te denken, tendeert in mijn ogen de rol van het raadslid naar die van spelverdeler. Een hoop bestuurlijke dingen zullen door een klassieke volksvertegenwoordiging worden afgehandeld, maar daarnaast is er veel meer ‘samenspel’ tussen overheid en burgers. De verdeling tussen beide spelvormen in de gaten houden, zal misschien wel de grootste verantwoordelijkheid van het raadslid van de toekomst worden.

En misschien krijgt een raadslid op den duur daardoor steeds minder een inhoudelijke verantwoordelijkheid (ideeënmakelaar) en steeds meer procesverantwoordelijkheid: zorgen voor een gelijk speelveld tussen burgers, informatiestromen bewaken of garanderen, bepalen of de budgetverantwoordelijkheid wel ‘laag’ genoeg in de samenleving ligt – dat soort dingen. Doe-demokratie (de term is van Plasterks nota [6]) is in mijn ogen niet alleen doen, maar moet vooral ook demokratisch zijn: iedereen heeft even veel kans en recht om mee te doen en de raad wordt wellicht de hoeder van het demokratische gehalte van de demokratie. De bewaker van een gemeentebestuur waarin iedereen zo veel mogelijk zeggenschap over het eigen leven en de eigen leefomgeving heeft. Daarbij horen dan misschien ook moderne vormen van de middelen die een volkstribuun in de Romeinse republiek [7] ter beschikking stonden: een unieke doorzettingsmacht (vetorecht, interventierecht) ten behoeve van een goed functionerende samenspel tussen overheidsbestuur en zelfbestuur door burgers. En wie weet ook een digitaal ‘schervengericht ‘[8] waarmee burgers per referendum de loopbaan van een politicus met te veel eigen ideeën aan diggelen kunnen slaan.

De toekomst zal leren of en in hoeverre we dan ‘terug’ zijn bij de idealen van de jaren ’60, bij de oude Romeinse republikeinse rechtstaat of bij de ‘basisdemokratie’ van de stadsstaat Athene…

Deze tekst is oorspronkelijk geschreven ten behoeve van reflectie in het Leernetwerk Lokale Democratie


[1] zie ook mijn blog Zeggenschap en tegenmacht

[2] In Zwolle kent de gemeente overigens een ambtenaar in de rol van ideeënmakelaar, zie https://www.zwolle.nl/doemee/ideeenmakelaar Ik ontleen aan die functie de term, niet de rol: die is met name gericht op het begeleiden van burgerinitiatieven door de krochten van de interne ambtelijke organisatie. Als raadslid ben je ook en met name ‘in de stad’ actief als verbinder en makelaar, niet alleen ‘in het stadhuis’.

[3] Voorbeelden uit de Zwolse actuele politiek: GroenLinks Deltaplan voor de demokratie, van vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen 2014: https://patrickpolitiek.wordpress.com/2014/03/17/deltaplan-voor-de-demokratie/, onze inzet voor echte stadsgesprekken: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/naar-een-%C3%A9cht-stadsdebat (waarvoor ook daadwerkelijk steun is in de raad: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/steun-voor-echt-stadsdebat) en recentelijk nog de aandacht voor de experimenteerruimte die minister Plasterk wil bieden: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/groenlinks-wil-zwolse-initiatieven-helpen-door-knellende-regels-te-omzeilen. (Ik werk op dit vlak overigens veel samen met burgerraadslid Remko de Paus, die in 1998 is afgestudeerd op interactieve beleidsvorming en met name de participatie van etnische minderheden.)

[4] Zie https://zwolle.groenlinks.nl/uitgelicht en met name https://zwolle.groenlinks.nl/right-challenge

[5] zie voor mijn ideeën hierover https://zwolle.groenlinks.nl/burgerkracht

[6] De doe-democratie. Kabinetsnota ter stimulering van een vitale samenleving http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/publicaties/2013/07/09/kabinetsnota-doe-democratie.html

[7] De Romeinse republiek wordt wel gezien als een (ideaaltypische) gemengde constitutie waarin de bevoegdheden van de twee ‘jaarkoningen’ (consuls), de artistokratie (senaat) en de burgers (volksvergadering, volkstribunen) in een afgewogen geheel van checks and balances elkaar in evenwicht hielden.

[8] in het oude Athene had men de mogelijkheid ingebouwd van een referendum waarbij stemgerechtigden een ambtsdrager konden ‘wegstemmen’ (ostrakisme)

Deltaplan voor de democratie

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on maart 17, 2014

De gemeente krijgt vanaf volgend jaar een grotere rol in het leven van haar inwoners dan ze ooit heeft gehad. In onze ogen is het daarom van doorslaggevend belang dat de inwoners vanaf het begin invloed kunnen uitoefenen op het beleid. Wij* roepen de nieuwe gemeenteraad van Zwolle dan ook op tot een trendbreuk: schrijf het nieuwe collegeprogramma MET de inwoners van de stad!

In Amersfoort gaan drie dagen na de verkiezingen duizend burgers met elkaar in gesprek om een agenda voor de komende vier jaar op te stellen. Elders pakt men het kleinschaliger aan en wil men een bevolkingspanel mee laten beslissen over belangrijke vraagstukken. Of vóór de formatie van het nieuwe college afspreken welke kwesties in samenspraak met partners in de lokale samenleving worden aangepakt.[1]

Als kandidaat raadsleden voor GroenLinks Zwolle nemen wij het initiatief om ook in onze stad een betekenisvolle stap te zetten om de democratie nieuwe vorm en inhoud te geven. Zonder zeggen­schap is de participatiesamenleving gedoemd te mislukken: de burger doet dan wel mee, maar de overheid niet. Laten we daarom de democratie versterken en burgers systematisch betrekken bij het bestuur van de stad. Te beginnen direct na de verkiezingen van 19 maart!

Doen wat we kunnen
Minder dan de helft van de kiesgerechtigden in Nederland zou op 19 maart naar de stembus gaan[2]. Uiteraard doen we er in Zwolle alles aan om het niet zover te laten komen. Maar een opkomst van rond de 50% betekent dat zelfs een unaniem besluit in de gemeenteraad eigenlijk niet of nauwelijks berust op een meerderheid van stemmen. Dat is desastreus voor de lokale democratie. Eind vorig jaar waarschuwde Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, dat de afstand tussen burger en gemeente net zo groot dreigt te worden als die tussen de burger en Europa. Het is volgens ons daarom tijd voor een Deltaplan om de lokale democratie te redden.

De tijd dat mensen eenmaal in de vier jaar hun stem uitbrachten en er dan verder wel op vertrouw­den dat het goed kwam, is voorbij. Anno 2014 behoeft ons systeem van volksvertegenwoor­diging een aanvulling. Hoe de democratie democratischer kan worden  gemaakt, daar zijn al boekenkasten over vol geschreven en heel veel Mb’s over online gezet. Wij stellen voor dat we niet wachten tot wetten worden aangepast, maar dat we gewoon doen wat we kunnen. De voorbeelden elders in het land laten zien dat het kan. Het is een kwestie van willen.

Aanzetten
Gemeenten hebben straks een rol in het leven van hun inwoners, die groter is dan ooit. Met name in de (jeugd)zorg en ondersteuning naar betaald of beschut werk, worden de besluiten vanaf 2015 lokaal genomen. Laat de inwoners van onze gemeente meebeslissen over de totstandkoming van plannen die hen direct raken. Laat hen bijvoorbeeld meeschrijven aan het collegeprogramma.

GroenLinks Zwolle heeft de afgelopen tijd een paar aanzetten gegeven, beperkt van aard en schaal, maar ze zijn dan ook bedoeld om de discussie aan te wakkeren, niet om de vorm vast te leggen.
Zo pleiten we ervoor met cliënten die straks voor hun zorg van de gemeente afhankelijk zijn, een akkoord te sluiten. In dit akkoord leggen cliënten vast wat zij belangrijk vinden en onderschrijft de gemeente die prioriteiten. In de aanloop hebben we gesprekken met cliënten en mantelzorgers gevoerd en een eerste aanzet tot zo’n sociaal cliëntenakkoord op papier gezet.
Ook hebben we een referendum voorgesteld over de inmiddels zwaar gedateerde bouwplannen voor  het buitengebied, een knoop die het gemeentebestuur jaar na jaar niet heeft willen doorhakken.[3]
Op de derde plaats pleiten we al sinds jaar en dag voor structurele wijkbudgetten en de bijbehorende wijkdemocratie. En we willen graag experimenteren met online wijkplatforms om die wijkdemocratie te ondersteunen en een rechtstreekse verbinding te leggen tussen wijkbewoners en ‘hun’ volks­ver­tegen­woordigers in de gemeenteraad. De Amerikaanse hoogleraar Jim Diers[4] schetst daarbij een wenkend perspectief: wijken en buurten die aan kunnen tonen brede lagen uit de bevolking te betrekken krijgen meer verantwoordelijkheden. Zo betrekt hij ook mensen met een verstandelijke beperking, jongeren en allochtonen in de wijken, groepen die je normaal gesproken niet of nauwelijks ziet op gemeentelijke inspraakbijeenkomsten.
In een blog hebben wij wel eens geopperd dat we de klassieke democratische methode van loting zouden kunnen inzetten bij het samenstellen van klankbordgroepen.[5] Misschien is het ook een goed idee voor de wijkdialogen en wie weet voor een heuse stadsdialoog.[6]

Oproep
Nogmaals: het zijn niet meer dan aanzetten om het gesprek mee te openen. De voorbeelden elders in het land laten zien dat er nog veel meer mogelijk is. Een deltaplan maakt een partij niet in haar eentje, dat maken we samen. Laten we onze denkkracht bundelen en de democratie ophogen met nieuwe lagen van zeggenschap, waarmee we mensen weer echt betrekken bij het bestuur van de stad! In een stad boven de ‘democratische zeespiegel’ heb je geen dijk nodig tegen een dreigende overstroming van gevoelens van onvrede en machteloosheid.

*Dit artikel heb ik als lijsttrekker van GroenLinks Zwolle samen met kandidaat-raadslid Remko de Paus geschreven


[1] De zogeheten G1000 Amersfoort is een bijeenkomst van 1000 burgers van Amersfoort op 22 maart 2014: http://www.g1000amersfoort.nl/.
In de gemeente Oude IJsselstreek is de motie besturingsaanpak aangenomen.
De burgemeester van Noordwijk heeft voorafgaand aan de verkiezingen het idee gelanceerd om een bevolkingspanel mee te laten beslissen over belangrijke vraagstukken.
Deze en meer voorbeelden zijn te vinden op http://decaleidoscoop.org/
Zie ook de ideeën van de Gemeenteraad van de Toekomst, zoals verwoord in een Brief aan de Koning.

[2] TNS Nipo voorspelt dat het opkomstpercentage onder de helft zal uitkomen (landelijk gemiddelde).
In 2010 was de opkomst in Zwolle overigens ook maar net boven de helft: 54,1%.

[3] Inmiddels is uit de stemwijzer De Stem Van Zwolle duidelijk geworden, dat de een ruime meerderheid van de partijen die aan de verkiezingen deelnemen wil afzien van woningbouw in het buitengebied.

[4] Neighbor Power, building community the Seattle way – Jim Diers

[5] Loten en klankborden, uit mei 2010

[6] David van Reybrouck bepleit in zijn pamflet ‘Tegen verkiezingen’ zelfs een volledig uitgewerkt systeem van loting voor het bestuur van het land. Zie ook zijn stukken in De Correspondent: https://decorrespondent.nl/davidvanreybrouck

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

Posted in gemeenteraad Zwolle, landelijke politiek by patrickpolitiek on december 5, 2011

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.

Het volk bestaat wel

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on september 14, 2011

‘Het volk bestaat niet’ – onder die titel geeft Dick Pels zijn analyse van het fenomeen populisme en zet hij zijn oplossing voor het probleem uiteen: vernieuwing van de demokratie. Hoewel ik zijn analyse van de kwaal wel overtuigend vind, kan ik hem wat zijn optimistische recept betreft alleen maar helpen hopen. In de klassieke oudheid hebben denkers ervoor gewaarschuwd dat demokratie de neiging heeft uit te lopen op een dictatuur. Ik ben bang dat we tegenwoordig de eerste symptomen meemaken van een nieuwe roep om een ‘sterke man’.

Nationalisme als uitlaatklep van frustratie
Maar eerst maar eens de analyse van Pels. Die bevat vele rake observaties en denklijnen. Zo wijst hij terecht op de kloof tussen winnaars en verliezers in ‘een samenleving waarin ieder voor zich moet concurreren, presteren en slagen.’ De verliezers zitten met een enorme frustratie en een laag zelfrespect. Nationalisme is een ‘eenvoudige manier om dit gevoel van vernedering om te zetten in trots’, omdat het immers niet afhankelijk is van iemands eigen prestaties. We hebben dus te maken met een ‘bijproduct van de diploma-demokratie’ (term van Mark Bovens). Een blijvertje, als dat waar is, en geen verschijnsel dat vanzelf wel overwaait.

Het volk bestaat niet
Een andere vaststelling waar Pels groot gelijk mee heeft is dat de zogenoemde volkswil door de ‘handige marketinginspanning’ van de populisten wordt gecreëerd en vormgegeven. Door het onbehagen – dat er wel degelijk is, overigens – te benoemen en uit te vergroten en te exploiteren voor zijn eigen politieke doeleinden, produceert de populist uit bepaalde geluiden en opvattingen een wil van ‘het volk’. ‘Het volk van de populisten bestaat dus niet zonder de populisten zelf.’ In die zin klopt de titel van Pels’ boek volkomen. Het volk bestaat alleen omdat een zelfbenoemde woordvoerder zegt dat het er is.

Wisselwerkingdemokratie
Ik zal hier niet het hele boek parafraseren, al is de verleiding groot. (Hieronder geef ik een paar hyperlinks naar recensies voor wie meer wil weten alvorens het boek zelf te gaan lezen. Maar dat moet je gewoon doen eigenlijk. Laat je niet afschrikken door Vullings lelijke woorden aan het begin van zijn recensie. Je wordt er vast wijzer van. Of het zet je althans aan het denken.)
De kern van Pels’ betoog begint bij een sublieme observatie van Machiavelli: je moet een vorst zijn om de aard van het volk helemaal te begrijpen en je moet een gewoon burger zijn om de natuur van vorsten volledig te snappen. Of, abstracter gezegd: alle politiek is standpuntgebonden. Daarom is er wisselwerking nodig in de politiek en daarom is er ook een wisselwerkingdemokratie nodig. Het volk heeft een politieke elite nodig om de boel te leiden. En die politieke elite heeft de correctie van het populisme nodig om binding te houden met het volk en om te voorkomen dat ‘zij verandert in een regentesk establishment’. Kort door de bocht samengevat is dit het argument waarmee Pels zijn oplossing onderbouwt: meer directe invloed van ‘het volk’ als correctie op de politieke elite die anders te veel zijn eigen gang gaat.
(Tussen twee haakjes: het volk bestaat dus – ook in het denken van Pels, al noemt hij het niet zo – wel als ‘gewone burgers die niet tot de politieke elite behoren’.)

Media en personen
ik hoef er waarschijnlijk niet zo veel woorden als Pels gebruikt aan te wijden, om duidelijk te maken dat een voldoende wisselwerking in de demokratie des te noodzakelijker is in het mediatijdperk en – daarmee samenhangend – een personendemokratie. Net als populisten een volk creëren dat er in werkelijkheid niet in die vorm is (niet iedereen vindt precies hetzelfde als de denkbeeldige Henk & Ingrid), zo scheppen de media een schijnrealiteit, terwijl ze suggereren ‘alleen maar’ te registreren (maar zonder de vraag van de journalist zou de politicus – denk aan Pim Fortuin – zijn uitspraak nooit hebben gedaan).

Utopie
Pels is dus in feite optimistisch over de rol van het populisme in de samenleving. Hij ziet kans ‘de rauwheid van de tegenstem’ te benutten ten gunste van een beter functionerende demokratie. Aldus schildert hij een ‘voldragen wisselwerkingdemokratie’ waarin een zelfbewuste elite met een vrijzinnige houding die zichzelf durft te relativeren, populisten tegenover zich vindt die een ‘anarchistisch en anti-establishment sentiment’ uitdragen en waarin een anti-elitair ‘nee’ in een referendum een legitieme plaats heeft in het politieke bestel.

Het is te mooi om waar te zijn. Hier bedenkt de socioloog een utopie. Ik wou dat het waar was.

Misschien ben ik te pessimistisch, maar ik moet steeds denken aan de theorie van de cyclus van regeringsvormen die in de klassieke oudheid is geconstrueerd en waarin de demokratie uiteindelijk uitmondt in een dictatuur. De geschiedschrijver Polybius (tweede eeuw voor onze jaartelling) muntte er de term anakyklosis voor, lastig te vertalen, maar het is iets als een ‘regressieve kringloop’, een ‘negatieve spiraal’ of (te) simpel gezegd ‘terug naar af’. In het kort komt het idee hierop neer dat elke ideaaltypische staatsvorm, de monarchie, de aristokratie en de demokratie, uiteindelijk altijd zal ontaarden in een negatieve variant ervan. De alleenheerser wordt op den duur tyranniek, de elite regentesk en de brave burgers ontaarden in een verwende massa die als ze haar zin niet krijgt agressief wordt. Het eind van het liedje is dat er een leider opstaat die het volk in goede banen leidt en zich allengs ontpopt tot een alleenheerser, terug bij af.
We vinden dit idee in rudimentaire vorm ook bij Herodotos (vijfde eeuw voor onze jaartelling) waar een discussie over de beste regeringsvorm wordt afgerond met de conclusie dat de monarchie de andere vormen overtreft. Een argument daarvoor is dat in een demokratie om de criminaliteit die nu eenmaal ontstaat te bestrijden, uiteindelijk ook een sterke man als enige oplossing wordt gezien.

Natuurwet?
Het is niet moeilijk om de parallellen te zien met de ontwikkelingen die leidden tot de komst van een Napoleon, een Hitler of recenter een Berlusconi en bij ons Geert Wilders. Maar zijn zulke ontwikkelingen onontkoombaar? Polybius spreekt van een ‘normale kringloop van constitutionele omwentelingen en de wijze waarop regeringsvormen nu eenmaal van nature veranderen en terugkeren tot hun oorspronkelijke stadium’.
Aristoteles (vierde eeuw voor onze jaartelling) daarentegen heeft meer oog voor specifieke omstandigheden van de ene of de andere staat. Het is in zijn ogen geen automatisme dat het ene regime ontaardt in het andere. Dat laat ruimte voor oplossingen zoals Dick Pels die bepleit.

Hoop
En zowel Polybius als in zijn kielzog Cicero (eerste eeuw voor onze jaartelling) ziet heil in een ‘gemengde constitutie’ waarin monarchale, aristokratische en demokratische elementen elkaar in balans houden. Hun bewijs is de Romeinse republiek. Onze parlementaire demokratie heeft daar veel van weg: een Koning, een elite in het parlement en verkiezingen waarin het volk zijn voorkeur uitspreekt. Dat aan deze constitutie het een en ander te verbeteren valt is duidelijk. Of de suggesties die Pels aandraagt het afglijden naar de dictatuur van de grote bek kunnen voorkomen, valt te bezien.

Deze zomer hebben Koen van Bremen, Albert jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter de website http://publiekewaarden.nl gelanceerd. Kruiter schreef al in 2009: ‘De crisis is niet economisch maar democratisch van aard.’ Ik kijk uit naar de resultaten die hun aanpak van het actie-onderzoek opbrengt. Dat levert vast stof op voor een volgende column.

 

Bronnen:

Dick Pels, Het volk bestaat niet. De Bezige Bij, ISBN 9789023453918. http://www.debezigebij.nl/web/Boek-5/9789023453918_Het-volk-bestaat-niet.htm

Recensies van Het volk bestaat niet:
• Vrij Nederland (Jeroen Vullings): http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/het-volk-bestaat-niet-leiderschap-en-populisme-in-de-mediademocratie-dick-pels/
• de Volkskrant (Hans Wansink): http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/178086/Het-volk-bestaat-niet.html
• GroenLinks Magazine, mei 2011, pagina 20 (Simon Otjes): http://magazine.groenlinks.nl/node/67471.
Ook bereikbaar via het artikel ‘Vloeken in de linkse kerk: populisme nodig’: http://magazine.groenlinks.nl/personendemocratie

De cyclus der staatsvormen
ik ben grote dank verschuldigd aan mijn voormalige collega-docent klassieken Ludwich Verberne die mij geweldig heeft geholpen door de bronnen van het denken over staatsvormen in de oudheid op een rijtje te zetten, waar ik het anders had moeten doen met wat van mijn lectuur in de lang geleden tijd in mijn gebrekkige geheugen was blijven hangen. Van het gedegen overzicht dat hij mij stuurde noem ik voor de geïnteresseerde leek hier alleen:

• Herodotus, Historiën 3.80-83
• Aristoteles, Politiek, 3.6-8 en 5.8-9
• Polybius, Wereldgeschiedenis 6.3-6.9
• Cicero, De staat 1.14-70

Polybius’ tekst is in Engelse vertaling op internet te vinden via de klassieke bronnenverzameling Perseus. Er is een Nederlandse vertaling met de titel Wereldgeschiedenis 264-145 v.Chr., van de hand van Wolther Kassies, Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep 2007

Voor meer informatie over de genoemde schrijvers en vertalingen van hun werk, zie Oudheid.nl onder Literatuur.

Het volk vertegenwoordigen

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on juni 7, 2011

In Zwolle kennen we de zogeheten beginspraak. Dat suggereert meer dan het in werkelijkheid behelst (typisch politiek, zou iemand kwaadwillend kunnen opmerken). Ik ben er dan ook tamelijk skeptisch over. Niet dat ik iets tegen interactieve beleidsvorming heb, integendeel, maar je moet niet meer beloven dan je kunt waarmaken. Dat bezorgt de politiek maar een slechte naam (daar heb je het al). En hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik tot de overtuiging kom dat de vertegenwoordigende demokratie zo gek nog niet is. Denk me na.

Afwegen
In deze tijd van het jaar krijgt de gemeenteraad traditioneel een paar flinke brokken te verstouwen. Eerst de jaarrekening over het vorig jaar, dan het huishoudboekje van het vastgoedbedrijf (de ‘meerjarenprognose vastgoed’) en vervolgens de meerjarenbegroting van de gemeente, bij ons in Zwolle optimistisch de Perspectiefnota geheten. Dit jaar komen daar de bezuinigingen nog eens bij. De miljoenen vliegen je in zulke stukken om de oren, maar soms blijken die miljoenen opgebouwd uit talloze kleine bedragjes van niet meer dan een paar tienduizenden euri.

Achter al die bedragen zitten beleidsvoornemens, plannen en projecten die concrete gevolgen hebben voor mensen en dieren in de stad, voor instellingen en bedrijven in de stad, voor gebouwen en wegen in de stad, voor plantsoentjes en parken in de stad, voor bomen en beesten om de stad… je snapt het al: te veel om op te noemen eigenlijk. Ik draai nu zo’n zes jaar mee in de gemeentepolitiek en elk jaar weer ben ik onder de indruk van de hoeveelheid goede dingen die we als gemeente voor de stad en haar inwoners verrichten. Maar er blijven altijd nog wensen over, sommige plannen hoeven voor mij weer niet zo nodig en bij sommige voornemens denk ik: best goed dat er geld voor komt, maar ik zou het anders aanpakken. En bij de bezuinigingen net omgekeerd: een aantal voorstellen zijn best verantwoord, een aantal ben ik mordicus tegen en over weer andere kwesties valt te praten.

Nu probeer ik me bij wijze van gedachte-experiment voor te stellen dat we beginspraak plegen op zulke stukken uit de beleidscyclus. Als gemeenteraad trekken we er ongeveer een hele dag voor uit om het eens te worden over een – liefst een beetje consistente – selectie uit al die voornemens en plannen. Het is vaak een hele toer om minstens vier van de acht fracties in de raad achter een voorstel te krijgen. Want ik ben natuurlijk niet de enige die bepaalde ideeën heeft over wat wel en niet in gang moet worden gezet en wat wel en niet door moet gaan.

Het zal wel aan mijn gebrek aan fantasie liggen, maar ik krijg geen concrete beelden bij interactieve beleidsvorming in dit soort gevallen, anders dan iets wat wel omschreven wordt als poolse landdagen. Het mag best zo zijn dat via internet iedere Zwollenaar zijn zegje zou kunnen doen over de wenselijkheid van de uitgaven uit onze gezamenlijke kas, maar mij lijkt het in feite een wonder van efficiëntie om met zijn negenendertigen de begrotingen te bespreken. (Nou, meestal is het in de praktijk nog sterker: eigenlijk zijn alleen de acht fractievoorzitters echt aan het woord, wij van het voetvolk staan de onze met raad en daad bij en proberen steun te verwerven voor onze eigen deelplannetjes, maar het woord voeren, ho maar.)

Er is maar één begin
Voor beginspraak heeft dit gedachte-experiment desastreuze gevolgen. Want aan het begin staat nu eenmaal de toekenning van het geld. Alle inspraak, alle klankborden en alle interactieve beleidsvorming komen daarna pas aan de beurt.
Begin-spraak is dus vooral een goedbedoelde reclameslogan om mensen over te halen zo snel mogelijk mee te praten. Heel aardig en uitnodigend, maar het woord ‘begin’ zet mensen op het verkeerde been. Zeker, omdat de term beginspraak in Zwolle vooral wordt gebruikt bij ruimtelijke plannen. In die gevallen komt het gevaarlijk dicht in de buurt van volksverlakkerij. Bij ruimtelijke planvorming is de belanghebbende of alleen maar belangstellende burger per definitie nooit de eerste die aan zet is. Dat is zonder uitzondering de grondeigenaar, de ontwikkelaar, de initiatiefnemer. Die heeft al lang met de gemeente om tafel gezeten als de burger er weet van krijgt dat er iets in zijn directe leefomgeving staat te gebeuren.

Bovendien gaat er aan de beginspraak altijd nog een belangrijke stap vooraf: de gemeenteraad stelt de kaders van het plan vast. De raad bepaalt de grenzen waarbinnen de burgers moeten blijven als ze meedenken, meepraten en in sommige gevallen echt meetekenen. Logisch, want de raad vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van de stad, niet alleen die van de direct belanghebbenden en betrokkenen die om tafel zitten en voor hun eigen belang opkomen. Dat laatste is hun goed recht, en daarom is interactieve beleidsvorming ook een prima middel om mensen er goed bij te betrekken. Maar uiteindelijk moet er ook een afweging tussen verschillende en veelal tegengestelde belangen worden gemaakt. Dat laatste woord is aan de vertegenwoordigers van de hele stad. Eigenlijk best slim bedacht indertijd.

Verkiezingen zijn beginspraak
Maar hoe zit het dan met de kloof? Die kloof, beste mensen, die kloof is kletspraat. Kijk naar de laatste paar verkiezingen. Als iemand vindt dat hij niet goed wordt vertegenwoordigd door de bestaande partijen, dan richt hij er gewoon zelf een op om het land weer leefbaar te maken. En als iemand denkt dat de volkspartij voor vrijheid en democratie zich beter alleen op de vrijheid kan richten en niet op democratie en hij vindt dat die partij Henk en Ingrid niet goed meer vertegenwoordigt, dan stapt hij eruit, zoekt een knokploeg bij elkaar en bestormt het parlement – figuurlijk dan hè, want ze zitten (op een knokpartijtje in Nieuwspoort na althans) met zijn allen heel braaf in de kamerbankjes hun volksvertegenwoordigende rol te vervullen.

Populisten bewijzen de vitaliteit van de vertegenwoordigende demokratie. De burger kiest een stel vertegenwoordigers om niet zelf al die saaie stukken te hoeven bestuderen en als ze dat niet naar zijn zin doen, dan donderen ze maar op. Ten slotte bepaalt hij wie hem mag vertegenwoordigen. Dat staat echt aan het begin van de demokratische cyclus.

Als jullie het goed vinden, buig ik me nu namens een paar duizend Zwollenaren weer over onze perspectiefnota, de investeringsagenda en de bezuinigingsplannen. Bij de volgende ontmoeting (en uiterlijk bij de volgende verkiezingen) kom ik er wel achter of ik het naar hun tevredenheid doe.

Rondje Raad – de uitgebreide versie*

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on maart 2, 2011

‘Zwolle van stuwwal tot stad’ – aan de hand van dat boek heb ik Zwolle leren kennen, nadat ik hier eind jaren zeventig, halverwege mijn gymnasiumopleiding, kwam wonen. Sassenpoort en Hoornwerk, Wijnhuis en Roo Haen, Han Prins en Waanders werden vertrouwde namen voor me. Geschiedenis is de sleutel tot begrip. En mét de kennis groeide mijn waardering voor deze historische stad.
Ik woonde in die jaren in Westenholte, waar de stad oprukte in het IJssellandschap. Rustig wandelen of juist hardlopen op de IJsseldijken, de talloze fietskilometers over Zalkerveerweg en Assendorperlure, zitten op de deur van de Katersluis, de rivier op met het Kleine Veer– de kwaliteit van de stad, zo ervoer ik aan den lijve, wordt óók bepaald door het ‘ommeland’. (Van mij had Schelle mogen blijven zoals het toen was.)
Later woonde ik steeds op loopafstand van de binnenstad en er waren tijden dat ik ’s avonds vaker in de binnenstad te vinden was dan thuis: Odeon en Fraterhuis trekken mij meer dan de tv (dat ik in die tijd nogal klein behuisd was, speelde vast ook mee). En een goed boek lezen is heerlijk, maar nog fijner is om er in een kroeg over te praten met goede vrienden… en een goed glas!
De historische binnenstad, het fraaie buitengebied en het culturele klimaat – de stad blijft zich steeds ontwikkelen. En aan die ontwikkeling werk ik als raadslid graag mee.

Verder kijken
Als docent klassieke talen heb ik mijn leerlingen vaak voorgehouden: je mag de aoristus en het gerundivum voor mijn part vergeten, waar het mij bij de bestudering van het verleden echt om te doen is: kijk verder dan je neus lang is (dat geldt overigens ook als je straks met Carnaval een feestneus op hebt)! Ik bedoel daarmee: je moet verder terugkijken dan wat de krant schrijft over het nieuws van gisteren. Verder vooruitkijken dan wat we morgen willen hebben. Ook letterlijk verder kijken dan je eigen territorium. En figuurlijk: over de grenzen van je eigen cultuur heenkijken.

Zo ‘zit’ ik ook in ‘de politiek’. Discussies over demokratie en inspraak gaan terug tot de tijd van Sokrates en Plato, niet slechts tot Van Mierlo. De oude filosofen hadden bijvoorbeeld een scherp oog voor de nadelen van de directe demokratie waarin zij leefden. Zo waarschuwden zij voor besluitvorming op basis van emoties in plaats van argumenten… Net als de klassieke denkers ga ik graag in gesprek over de beste manier om beslissingen te nemen.

En zo bekijk ik ook de ontwikkeling van Zwolle. In het verleden hebben Zwollenaren hun stad steeds aangepast aan steeds nieuwe wensen. Wij doen niet anders. Er komen nieuwe wijken waar het groen was, nieuwe bruggen over de gracht, nieuwe lantaarnpalen in de oude binnenstad. En onherroepelijk verdwijnt er ook iets, het gouverneurshuis, het bankgebouw van Van Straaten, de verffabriek van Schaepman. Soms doodzonde, soms de beste oplossing (bij die groene ruimte is dat eigenlijk nooit zo trouwens).
Daarbij komt dat we onze leefomgeving niet alleen voor onszelf inrichten. Ook alle generaties na ons moeten het ermee doen. Hebben mijn en uw kinderen uiteindelijk meer aan een snelweg naar Ommen of aan een fraai beeldenpark in het Vechtdal?

Denken over politiek
Ik houd het bij deze voorbeelden. Anders ga ik maar door hoor. Over bestuurlijke grenzen die knellen in plaats van afbakenen (waarom wil onze gemeente nog een eigen lege bedrijventerrein erbij, terwijl er net over de IJssel ook al eentje ligt?). Over de waarde van cultuur, van Verhalenboot tot Bevrijdingsfestival (maar liever nog over dat fantastische kwaliteitsfestival ZwArt!). Of hoe dom het is je eigen cultuur boven die van anderen te stellen (mogen ‘zij’ dat niet dan?).

Ik vind het belangrijk na te denken over politiek, maar ook om de daad bij het woord te voegen.
Voor dat laatste kunt u mij volgen op het raadsplein. Ik zit in het vak van GroenLinks.
Voor meer woorden verwijs ik u naar mijn weblog. Ik ga graag met u in debat!

*een versie van 450 woorden is gepubliceerd in de serie Rondje Raad in de Raadswijzer in het huis-aan-huis-blad De Peperbus in Zwolle

Menselijke maat

Posted in gemeenteraad Zwolle, provincie by patrickpolitiek on november 8, 2010

‘De mens is de maat van alle dingen’ – de beroemde homo mensura-stelling van Protagoras is wellicht de meest basale legitimatie van demokratie: mensen maken zelf wel uit wat de regels in de samenleving zijn; ze geeft ook de beperking ervan aan: demokratie wordt begrensd door het bevattingsvermogen van de menselijke geest.

Helaas houden problemen waarmee de mensheid wordt geconfronteerd zich niet altijd aan de grenzen die de mens, al dan niet demokratisch, heeft getrokken. Dat zien we op kleine (binnenlandse) en op grote (wereld)schaal.
Ik beperk me hier tot de relatief bescheiden schaal van ons land, waar nogal wat problemen die om een gecoördineerde aanpak vragen, de grenzen van gemeenten en provincies overschrijden.

Denk aan de stijging van de waterstanden in rivieren, en van het IJsselmeer als de ‘Deltaplannen’ doorgaan: die laten zich niet binnen een gemeente en zelfs niet binnen één provincie oplossen.
Of neem de volkshuisvesting. De wethouders van Zwolle en álle omliggende gemeenten hebben de afgelopen jaren eindeloos woningbouwplannen gemaakt, om allemaal flink te groeien. Stel dat de provincie Overijssel echt sturend zou hebben opgetreden en duidelijk zou hebben gemaakt dat niet al die mooie plannen tegelijk te verwezenlijken waren, omdat de meeste mensen nu eenmaal maar op één plaats tegelijk gaan wonen, of in de ene stad of in de andere. En stel dat ze een flinke streep door sommige van die plannen had gezet – wat hartstikke mooi en slim zou zijn geweest, maar helaas, zelfs dat zat er niet in. Maar stel. Dan nog zou er niks zijn afgestemd met gemeenten die maar een paar kilometer verderop liggen, maar wel in Gelderland, Drenthe of Flevoland.
Bij het plannen van bedrijventerreinen is het nog droeviger. Is bij de woningbouwplannen er weliswaar de klad in gekomen en zijn allerlei projecten vertraagd – dáár worden de terreinen die nu al braak liggen gewoon in een wat trager tempo volgebouwd en worden andere gebieden gelukkig gespaard. Maar die bedrijventerreinen en kantorenlocaties waar miljoenen in is geïnvesteerd… dat komt nooit meer goed. Weggegooid geld. We betalen een enorme prijs voor het gebrek aan coördinatie op een voldoende schaalniveau.

De gangbare oplossing voor dit soort afstemmingsproblemen die bestuurders in dit land hebben gekozen is: samenwerking. Over gemeenschappelijke regelingen, netwerkconstructies en allerlei andere vage samenwerkingsverbanden heb ik in mijn weblog Thorbecke 2.0 geschreven: “Maximale speelruimte voor hen die er zich thuis voelen. Een doolhof voor wie wat gedaan wil krijgen, een verantwoordelijke wil aanspreken of democratische controle wil uitoefenen.” Onze provinciale afdeling heeft het in het concept verkiezingsprogramma over “regionale overlegorganen waar wethouders onder elkaar de zaken regelen, de gemeenteraden hun controlerende rol nauwelijks kunnen invullen en burgers het nakijken hebben”.
Dat is dus geen goede oplossing. En het heeft ook niet gewerkt. Zie de problemen rond leegstand van kantoren en de braakliggende terreinen waar ooit futuristische bedrijventerreinen zouden komen…

Er zit niets anders op dan de schaal waarop de problemen zich voordoen te volgen. Schaalvergroting dus. Gemeentelijke herindelingen en samenvoegen van provincies en/of waterschappen zijn misschien niet populair, maar wel logisch.
Alleen: hoe hoger het schaalniveau van de problemen, hoe indirecter de demokratische invloed op de organen die ze moeten bestrijden. Eerder heb ik geconcludeerd dat demokratie eigenlijk alleen echt functioneert op kleine schaal: de kleine demokratie noem ik dat. Maar de problemen waar we voor staan eisen gewoon om een aanpak op een hoger niveau. We zullen het indirecte karakter van de demokratie in zulke gevallen dus voor lief moeten nemen.

En moeten compenseren. Ik zie twee mogelijkheden.
Op de eerste plaats kan binnen grotere gemeenten echte demokratie gestalte krijgen op het niveau van de wijk of het dorp. Ik pleit voor de wijk als een soort basisdemokratie. In Zwolle zijn we al een eind op weg met wijkgericht werken (met o.a. zogeheten wijkbudgetten) en in de komende tijd zijn de eerste voorzichtige stappen voorzien in het overhevelen van een deel van het ‘budgetrecht’ van  de gemeenteraad naar de wijken. In een brochure uit 2008 heb ik samen met toenmalig fractievoorzitter Theo Profijt een aantal ingrediënten voor verdere uitbouw van de wijkdemokratie op een rij gezet in een brochure Wijkwerk.
Op de tweede plaats kan indirekte demokratie worden gecompenseerd door gebruik te maken van de mogelijkheden die internet biedt. Zoals nu ‘interactieve beleidsvorming’ veelal vorm krijgt in informeel overleg met verschillende belangengroeperingen die zichzelf die status hebben gegeven, zo kan ook via internet beleid interactief worden gevormd… en ook dan kunnen belanghebbenden zichzelf als zodanig beschouwen en besluiten individueel of namens een groep mee te doen.

Toegegeven: ik stip de compenserende gedachten maar kort aan. Dat maak ik later nog eens goed.

Ook toegegeven: dit werkt zo niet op Europees of op wereldniveau, alleen al vanwege de taalbarrières.
Maar dat op de relatief bescheiden schaal van ons land de grenzen van gemeente en provincies te krap zijn voor de problemen waar we voor staan – daar valt om te beginnen wat aan te doen.

Directe demokratie

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on mei 16, 2010

Aan de hand van het laatste GroenLinks congres over het verkiezingsprogramma kun je mooi de voor- en nadelen van directe demokratie aflezen.

Om te beginnen is er de actieve betrokkenheid van de deelnemers. Allerlei werkgroepen binnen de partij, veel lokale afdelingen en een aantal individuele leden hebben samen honderden amendementen geformuleerd om het conceptprogramma in hun ogen op bepaalde punten te verbeteren. Een aantal van deze actievelingen heeft tijdens een zogeheten amendementenmarkt ook nog eens gesproken over het samenvoegen van op elkaar lijkende of elkaar overlappende wijzigingsvoorstellen. En honderden leden komen op een goede dag bij elkaar om te stemmen over veel van die voorstellen (alleen kleinere wijzigingen van meer redactionele aard worden zonder meer overgenomen).

Al deze activiteiten leiden bovendien tot aantoonbare verbeteringen in formuleringen, tot relevante aanvullingen en aanscherpingen van concrete programmapunten. Participatie leidt tot kwaliteitsverhoging. Hetzelfde fenomeen heb ik vorig jaar van dichtbij meegemaakt in onze eigen Zwolse programmacommissie, die door de actieve inbreng tijdens besprekingen en een amendementenmarkt de kwaliteit van het programma tot grote hoogte heeft weten te krijgen.

Maar er is ook een keerzijde. Heel veel leden waren niet aanwezig op het congres en hebben dus niet meegestemd. Zij waren ook niet vertegenwoordigd door bijvoorbeeld een afvaardiging van hun afdeling. Zij hebben totaal geen inbreng gehad. In verkiezingstermen: zo’n congres heeft een laag opkomstpercentage.

En dan het bekende referendumprobleem: je kunt alleen voor of tegen stemmen. Elk amendement apart: voor of tegen? Er is geen gelegenheid tot nuanceringen of afstemming op andere wijzigingen, in de loop van de tijd raakt de individuele stemmer het zicht op het geheel kwijt, consequenties van een wijziging kunnen niet meer worden doordacht. Als het eindresultaat een evenwichtig totaalplan is, is dat meer toeval dan wijsheid.

Ironie der ironieën: tijdens de schier eindeloze reeks referenda over alle programmapunten sneuvelde in een nek-aan-nek-stemming het referendumvoorstel. En dat terwijl de GroenLinksfractie in de Tweede Kamer het initiatief heeft genomen om een correctief en een raadgevend referendum mogelijk te maken: “Eens in de vier jaar stemmen is een te beperkte invulling van de democratische zeggenschap van burgers. Het referendum is een aanvulling op onze vertegenwoordigende democratie.” – zo luidt de argumentatie voor dit voorstel…

Mensen stemmen niet op basis van feiten en argumenten, maar laten zich leiden door waarden en emoties, aldus Jan Kuitenbrouwer in een interessant betoog in NRC’s Opinie en Debat over framing.

Rationeel ben ik erg vóór invoering van vormen van meer directe demokratie, maar mijn gevoel zegt na het laatste congres dat een referendum toch niet zo’n goed idee is.

Dan moet ik als volksvertegenwoordiger hard op zoek naar andere vormen om de demokratische zeggenschap van burgers te verrijken.