Patrick Politiek

Burgerschapsinkomen

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on juli 27, 2017

Onlangs publiceerde de directeur van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland het pleidooi Geef mensen die meedoen een participatie-inkomen. Frank Bluiminck wil mensen met een beperking ondersteunen, ook met een inkomen, om mee te kunnen draaien in de samenleving.
Vorig jaar gebruikte Raymond Gradus, hoogleraar bestuur en economie van de publieke en nonprofit sector aan de VU, dezelfde term participatie-inkomen als alternatief voor het basisinkomen; in feite bedoelt hij hiermee een beperkte vorm van voorwaardelijk basisinkomen.
Ik pleit er hier voor het (basis)inkomen in ruil voor actieve maatschappelijke deelname uiterst breed te trekken.

Vrijwel alle mensen leveren naar vermogen en interesse een bijdrage aan de samenleving waarvan ze deel uitmaken. Waarom zou de samenleving de ene vorm van vrijwillige participatie financieel hoger waarderen dan de andere? Alle burgers zijn vrij in de mate en de vorm waarin zij hun maatschappelijke bijdrage leveren. De principes van vrijheid en gelijkheid vragen dan ook om een gelijke waardering voor elke vorm van burgerschap die iemand kiest. Ik spreek daarom dus van een burgerschapsinkomen, een basisinkomen dat iedere burger in staat stelt om op eigen wijze het burgerschap, het lidmaatschap van een formele samenleving, in te richten.

Waardevolle werkzaamheden

Naast deze, noem het principiële argumentatie is er ook een meer praktische redenering denkbaar die op hetzelfde punt uitmondt, als je de huidige manier van belonen van werk in de samenleving relativeert.

“Feitelijk is de koek op de arbeidsmarkt veel groter, in de zin van het voor¬handen zijn van werk dat vanuit een bredere maatschappelijke opvatting van lonend werk uitstekend kan worden gedaan.” In hun pleidooi voor een parallelle economie wezen Ton Wilthagen en Jos Verhoeven, respectievelijk hoogleraar Arbeidsmarkt in Tilburg en directeur van Start Foundation, op de betrekkelijkheid van wat we in de samenleving onder lonend werk verstaan. Er is veel meer goeds te doen in de samenleving dan we nu waarderen door ervoor te betalen.
Ik draai het ook om: we hebben nu soms absurd veel geld over – of sommige mensen hebben in elk geval een absurd hoog inkomen uit – activiteiten die maatschappelijk gezien helemaal geen zinvolle bijdrage zijn, of die zelfs alleen de verwoesting (of enorme kwaliteitsvermindering) van onze leefomgeving tot gevolg hebben. Je kunt in zekere zin een belasting op topinkomens ook zien als een vorm van straf voor een gebrek aan maatschappelijk relevante werkzaamheden. Of als financiële bijdrage aan de samenleving waar anderen misschien veel meer in natura geven, door hun vrijwilligerswerk, door hun mantelzorg – onbetaalbaar! – of door hun (bijdrage aan de) opvoeding van een nieuwe generatie, om maar een paar willekeurige voorbeelden te noemen waarmee al een enorm scala aan voor de samenleving schier onmisbare activiteiten worden gedekt.

Belonen

De betrekkelijkheid van het huidige systeem van beloning van vrijwillige activiteiten wordt ook duidelijk uit werkzaamheden waar de samenleving nog niet zo lang geleden wel een financiële waardering voor over had, maar die onder het doorgeslagen neoliberaal marktdenken zijn wegbezuinigd. Denk aan toezichthouders in het openbaar vervoer, hulpconciërges die op (basis)scholen de werkdruk van de leerkrachten verlichten of huismeesters die de hele dag aanspreekbaar zijn in sociale huurcomplexen.

Op al deze en nog veel meer plekken kunnen we als samenleving wel wat extra hulp, aandacht en toezicht gebruiken, maar hebben we er in het huidige systeem geen geld voor over. Nou, hier en daar zie je wel weer straatcoaches, gastvrouwen en -heren, fietscoaches en wat dies meer zij opduiken. Dus waarom belonen we niet ook natuurliefhebbers die natuur- en milieulessen verzorgen op scholen of liever nog in het groen? Of gidsen die toeristen ontvangen en wegwijs maken? Of vul zelf maar in, er is genoeg te doen in de maatschappij!

Als we redeneren vanuit een brede maatschappelijke opvatting van wat waardevolle werkzaamheden voor de samenleving zijn, zijn er maar weinig mensen zonder commercieel inkomen die helemaal niets bijdragen en die buiten de regeling vallen van een burgerschapsinkomen als vorm van voorwaardelijk basisinkomen. In veel gevallen zal het dan gaan om mensen die daartoe lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn en daarom een beroep (moeten) doen op de solidariteit van de samenleving als geheel. In een enkel geval kan iemand zich geheel onttrekken aan de samenleving. Ook dat is een vrije keus natuurlijk!

Basisinkomen

In de discussie over het basisinkomen worden veel andere relevante, aanvullende argumenten naar voren gebracht, onder meer over de afname van werk door robotisering en over de vermindering van de uitvoeringskosten door alle verschillende uitkeringsvormen te combineren. Die ga ik hier niet allemaal uitgebreid herhalen. Het zal duidelijk zijn dat ik uit de varianten van een onvoorwaardelijk en een voorwaardelijk basisinkomen kies voor een inkomen met maar één voorwaarde, en dan ook nog eens zo ruim geformuleerd dat vrijwel iedereen onder de regeling valt. Behalve mensen die een inkomen verdienen door zo veel uren te werken dat ze geen tijd over houden om maatschappelijk zinvol bezig te zijn 😉

Advertenties

Drie klassieke gedachten over democratie

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on juli 13, 2016

‘Werken aan nieuwe democratie’ – met dat motto is de afgelopen maanden binnen GroenLinks een partijbrede discussie gevoerd over de vraag: zeggenschap, hoe doe je dat? Bij gesprekken over democratie en zeggenschap grijp ik graag terug op de klassieken: het hele begrip democratie is immers van klassieke origine. Voor wie denkt dat wij in een democratie leven breng ik dan om te beginnen graag de omschrijving van Aristoteles* onder de aandacht: dat men om de beurt wordt geregeerd en zelf regeert…
Het meest bekende onderdeel van de klassieke Griekse democratie is – althans sinds het pleidooi van David Van Reybrouck Tegen verkiezingen – het principe van loting als uiting van de fundamentele gelijkwaardigheid van alle deelnemers aan de samenleving. Ik geef de lezer hier graag drie minder bekende klassieke gedachten mee.

Cyclus van staatsvormen
Een pessimistisch stemmende gedachte is dat er een wetmatige pervertering plaatsvindt van de ‘zuivere’ staatsvormen. De alleenheerser wordt op den duur tyranniek, de elite regentesk en de brave burgers ontaarden in een verwende massa die als ze haar zin niet krijgt agressief wordt. Het eind van het liedje is dat de roep om een sterke leider klinkt, die eerst inderdaad orde op zaken stelt maar zich allengs ontpopt tot een alleenheerser, terug bij af:

cyclus staatsvormen

We zouden hieruit het gevaar kunnen destilleren van “te veel democratie”. Het risico dat onkunde, willekeur en volksmennerij leiden tot onevenwichtig of wispelturig beleid is nuttig om in het achterhoofd te houden bijvoorbeeld bij discussies over de wenselijkheid van referenda en gekozen ministers-president of burgemeesters.

Het ideaal van de gemengde constitutie
Romeinse denkers vonden dat hun republiek een uitgebalanceerd geheel vormde waarin de invloed van de burgers, de deskundigheid van de elite en de beslissende daadkracht van politieke leiders verzekerd waren. Onze ‘diplomademocratie’ heeft ook wel sterke trekken van zo’n gemengde constitutie:

gemengde staatsvorm

Een les voor onze tijd zou kunnen zijn dat we vooral moeten denken in termen van verrijking van het democratische arsenaal met een scherp oog voor evenwicht van de verschillende invloeden. Dus als er een rechtstreeks gekozen burgemeester komt, dan ook een (digitaal) ‘schervengericht’ waarmee een te eigengereide politicus kan worden weggestemd. Het is dus ook niet óf een doe-democratie óf een vertegenwoordigende democratie: het gaat om de verhouding tussen meer directe zeggenschap en deliberatieve democratie enerzijds en de representatieve democratie zoals die zich in de moderne tijd heeft ontwikkeld anderzijds.

Volkstribuun
In het verlengde daarvan noem ik als derde gedachte de figuur van de volkstribuun. In zeker zin vervult onze ombudsman de rol van een volkstribuun: het opkomen voor de belangen van een (on(der)vertegenwoordigde) minderheid of zelfs eenling. Onlangs opperde DWARS het idee van een ombudsteam voor toekomstige generaties, om te garanderen dat hun belang meeweegt bij het vaststellen van het beleid van nu. Misschien zou zo’n figuur net als in de oudheid moeten worden bekleed met een unieke doorzettingsmacht (vetorecht, interventierecht). Maar ook voor de huidige niet-gehoorde burgers kan zo’n ‘volkstribuun’ nuttig zijn, om bij te dragen aan een goed functionerend samenspel tussen overheidsbestuur en zelfbestuur door burgers.

*Arist. Pol. verkorte weergave 1317b1

 

Het raadslid van de toekomst: ideeënmakelaar, spelverdeler en volkstribuun?

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on januari 23, 2015

Het is een open deur waar ik graag doorheen stap: de verhouding tussen ‘de overheid’ en ‘de burger’ is aan het verschuiven. Iedereen begrijpt dat ‘de overheid’ en ‘de burger’ niet bestaan, net zo min als ‘de Nederlander’ (al mocht Máxima dat niet gewoon zeggen), dus het verschuiven van een rolverdeling tussen beide niet-bestaansvormen is een ‘schimmig’ gedoe. Of positiever gezegd: het gaat om een ontwikkeling die haar schaduw ver vooruitwerpt en waarvan alleen nog maar contouren zichtbaar zijn.

In het leernetwerk vernieuwing (lokale) demokratie denken we met een heleboel raadsleden na over de betekenis die deze verschuiving heeft of krijgt voor de rol en het functioneren van ‘volksvertegenwoordigers’: in theorie vertegenwoordigen raadsleden immers de mensen die hen in de gemeenteraad hebben gekozen. Dat vertegenwoordigen is ook al lang een fictie, althans in de directe betekenis van het woord, want ik ken alle 2191 mensen die op mij hebben gestemd natuurlijk niet allemaal persoonlijk: we hebben immers vrije en geheime verkiezingen. De vertegenwoordiging loopt via een verkiezingsprogramma waarvan kiezers hoogstens via een stemhulp enige notie van hebben genomen…

Mensen laten zich natuurlijk anno nu natuurlijk ook niet meer louter vertegenwoordigen. Ja, alle bestuurlijke formaliteiten laten we graag aan raadsleden over (ja ‘we’, want ik ben ook gewoon inwoner van de stad). Maar als het er op aan komt, als het ons zelf aangaat, als het onze directe leefomgeving betreft of iets waar we persoonlijk mee begaan zijn, dan bemoeien we ons daar uiteraard lekker zelf mee!

Naast de vertegenwoordigende demokratie bloeit dus de meewerkende en de meepratende demokratie op, hier en daar zijn zelfs al vroege uitlopers van de meebeslissende demokratie waarneembaar of ontkiemt zowaar iets van directe zeggenschap en eindverantwoordelijkheid van inwoners.

De vraag is dan: wat is de rol en verantwoordelijkheid van volksvertegenwoordigers bij dergelijke deliberatieve en directe vormen van demokratie?

Zo veel mogelijk zeggenschap

De afgelopen pakweg acht jaar – twee raadstermijnen – speelde ik naast de rol van volksvertegenwoordiger die typische partijstandpunten namens de achterban naar voren brengt, ook meer en meer de rol van ‘volksverbinder’ (de term die de Gemeenteraad van de Toekomst en de Raad Openbaar Bestuur gebruiken), die initiatiefnemers in de stad adviseert, in contact brengt met de juiste mensen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie en tegelijkertijd zowel meedenkt aan concrete oplossingen of alternatieven, als op het platform van de gemeentepolitiek probeert structurele aanpassingen te bewerkstelligen om een betere weg te banen voor toekomstige initiatieven. Ik vind het namelijk belangrijk dat alle mensen zo veel mogelijk zeggenschap over hun eigen leven hebben [1]. Dat is voor mij bij uitstek hét demokratische principe.

Omdat bij de selectie van de initiatieven waarvoor ik mij sterk maak en de manier waarop ik mijn netwerk inzet om medeburgers verder te helpen vanzelfsprekend mijn eigen politieke principes en standpunten meespelen, verkies ik de term ‘ideeënmakelaar’ boven ‘volksverbinder’: ik knoop niet neutraal wat touwtjes aan elkaar, maar ‘verrijk’ ideeën, breng eigen accenten aan en leg vooral verbindingen van een bepaalde ‘kleur’ [2].

Stadsgesprekken en zo

Op dit moment zie ik voor mezelf ook een belangrijke opdracht binnen de gemeentepolitiek. Er staan veel initiatiefnemers ‘voor de deur van het stadhuis’ te trappelen van ongeduld; zij hebben op allerlei manieren de gemeente nodig om hun plan te realiseren of op zijn minst verder te helpen. (Er is in Zwolle een sterke ‘kantelbeweging’, die ook nadrukkelijk naar verbinding met de gemeente en de gemeentepolitiek zoekt.) Ik zit als raadslid ‘binnen’ in dat stadhuis en vind het mijn verantwoordelijkheid om de deuren open te zetten en met ‘de hele politiek’ naar buiten te gaan. Dat kan zowel online als fysiek in de vorm van stadsgesprekken en zo: van wijkdialogen tot burgerpanels, met de traditionele opkomst of door loting samengesteld. Op dit pad zetten we in Zwolle ook stappen vooruit, al gaat het mij niet gauw snel genoeg [3].

Daarnaast probeer ik ook burgers zoveel mogelijk middelen in handen te geven om (samen) sterk te staan en dingen ‘met elkaar voor elkaar’ voor elkaar te krijgen. Een mooi beginnetje is het right to challenge in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waar we in Zwolle echt werk van maken [4]. Maar ik ben ook bezig met verdergaande rechten zoals budgetmonitoring, wijkbegrotingen en bewonersrechten als het recht op gebruik van maatschappelijk vastgoed [5].

2025

Als we bij wijze van vingeroefening proberen dit proces van verdergaande demokratisering (of ‘doordecentralisering’) nog eens wat verder door te denken, tendeert in mijn ogen de rol van het raadslid naar die van spelverdeler. Een hoop bestuurlijke dingen zullen door een klassieke volksvertegenwoordiging worden afgehandeld, maar daarnaast is er veel meer ‘samenspel’ tussen overheid en burgers. De verdeling tussen beide spelvormen in de gaten houden, zal misschien wel de grootste verantwoordelijkheid van het raadslid van de toekomst worden.

En misschien krijgt een raadslid op den duur daardoor steeds minder een inhoudelijke verantwoordelijkheid (ideeënmakelaar) en steeds meer procesverantwoordelijkheid: zorgen voor een gelijk speelveld tussen burgers, informatiestromen bewaken of garanderen, bepalen of de budgetverantwoordelijkheid wel ‘laag’ genoeg in de samenleving ligt – dat soort dingen. Doe-demokratie (de term is van Plasterks nota [6]) is in mijn ogen niet alleen doen, maar moet vooral ook demokratisch zijn: iedereen heeft even veel kans en recht om mee te doen en de raad wordt wellicht de hoeder van het demokratische gehalte van de demokratie. De bewaker van een gemeentebestuur waarin iedereen zo veel mogelijk zeggenschap over het eigen leven en de eigen leefomgeving heeft. Daarbij horen dan misschien ook moderne vormen van de middelen die een volkstribuun in de Romeinse republiek [7] ter beschikking stonden: een unieke doorzettingsmacht (vetorecht, interventierecht) ten behoeve van een goed functionerende samenspel tussen overheidsbestuur en zelfbestuur door burgers. En wie weet ook een digitaal ‘schervengericht ‘[8] waarmee burgers per referendum de loopbaan van een politicus met te veel eigen ideeën aan diggelen kunnen slaan.

De toekomst zal leren of en in hoeverre we dan ‘terug’ zijn bij de idealen van de jaren ’60, bij de oude Romeinse republikeinse rechtstaat of bij de ‘basisdemokratie’ van de stadsstaat Athene…

Deze tekst is oorspronkelijk geschreven ten behoeve van reflectie in het Leernetwerk Lokale Democratie


[1] zie ook mijn blog Zeggenschap en tegenmacht

[2] In Zwolle kent de gemeente overigens een ambtenaar in de rol van ideeënmakelaar, zie https://www.zwolle.nl/doemee/ideeenmakelaar Ik ontleen aan die functie de term, niet de rol: die is met name gericht op het begeleiden van burgerinitiatieven door de krochten van de interne ambtelijke organisatie. Als raadslid ben je ook en met name ‘in de stad’ actief als verbinder en makelaar, niet alleen ‘in het stadhuis’.

[3] Voorbeelden uit de Zwolse actuele politiek: GroenLinks Deltaplan voor de demokratie, van vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen 2014: https://patrickpolitiek.wordpress.com/2014/03/17/deltaplan-voor-de-demokratie/, onze inzet voor echte stadsgesprekken: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/naar-een-%C3%A9cht-stadsdebat (waarvoor ook daadwerkelijk steun is in de raad: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/steun-voor-echt-stadsdebat) en recentelijk nog de aandacht voor de experimenteerruimte die minister Plasterk wil bieden: https://zwolle.groenlinks.nl/nieuws/groenlinks-wil-zwolse-initiatieven-helpen-door-knellende-regels-te-omzeilen. (Ik werk op dit vlak overigens veel samen met burgerraadslid Remko de Paus, die in 1998 is afgestudeerd op interactieve beleidsvorming en met name de participatie van etnische minderheden.)

[4] Zie https://zwolle.groenlinks.nl/uitgelicht en met name https://zwolle.groenlinks.nl/right-challenge

[5] zie voor mijn ideeën hierover https://zwolle.groenlinks.nl/burgerkracht

[6] De doe-democratie. Kabinetsnota ter stimulering van een vitale samenleving http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/publicaties/2013/07/09/kabinetsnota-doe-democratie.html

[7] De Romeinse republiek wordt wel gezien als een (ideaaltypische) gemengde constitutie waarin de bevoegdheden van de twee ‘jaarkoningen’ (consuls), de artistokratie (senaat) en de burgers (volksvergadering, volkstribunen) in een afgewogen geheel van checks and balances elkaar in evenwicht hielden.

[8] in het oude Athene had men de mogelijkheid ingebouwd van een referendum waarbij stemgerechtigden een ambtsdrager konden ‘wegstemmen’ (ostrakisme)

Deltaplan voor de democratie

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on maart 17, 2014

De gemeente krijgt vanaf volgend jaar een grotere rol in het leven van haar inwoners dan ze ooit heeft gehad. In onze ogen is het daarom van doorslaggevend belang dat de inwoners vanaf het begin invloed kunnen uitoefenen op het beleid. Wij* roepen de nieuwe gemeenteraad van Zwolle dan ook op tot een trendbreuk: schrijf het nieuwe collegeprogramma MET de inwoners van de stad!

In Amersfoort gaan drie dagen na de verkiezingen duizend burgers met elkaar in gesprek om een agenda voor de komende vier jaar op te stellen. Elders pakt men het kleinschaliger aan en wil men een bevolkingspanel mee laten beslissen over belangrijke vraagstukken. Of vóór de formatie van het nieuwe college afspreken welke kwesties in samenspraak met partners in de lokale samenleving worden aangepakt.[1]

Als kandidaat raadsleden voor GroenLinks Zwolle nemen wij het initiatief om ook in onze stad een betekenisvolle stap te zetten om de democratie nieuwe vorm en inhoud te geven. Zonder zeggen­schap is de participatiesamenleving gedoemd te mislukken: de burger doet dan wel mee, maar de overheid niet. Laten we daarom de democratie versterken en burgers systematisch betrekken bij het bestuur van de stad. Te beginnen direct na de verkiezingen van 19 maart!

Doen wat we kunnen
Minder dan de helft van de kiesgerechtigden in Nederland zou op 19 maart naar de stembus gaan[2]. Uiteraard doen we er in Zwolle alles aan om het niet zover te laten komen. Maar een opkomst van rond de 50% betekent dat zelfs een unaniem besluit in de gemeenteraad eigenlijk niet of nauwelijks berust op een meerderheid van stemmen. Dat is desastreus voor de lokale democratie. Eind vorig jaar waarschuwde Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, dat de afstand tussen burger en gemeente net zo groot dreigt te worden als die tussen de burger en Europa. Het is volgens ons daarom tijd voor een Deltaplan om de lokale democratie te redden.

De tijd dat mensen eenmaal in de vier jaar hun stem uitbrachten en er dan verder wel op vertrouw­den dat het goed kwam, is voorbij. Anno 2014 behoeft ons systeem van volksvertegenwoor­diging een aanvulling. Hoe de democratie democratischer kan worden  gemaakt, daar zijn al boekenkasten over vol geschreven en heel veel Mb’s over online gezet. Wij stellen voor dat we niet wachten tot wetten worden aangepast, maar dat we gewoon doen wat we kunnen. De voorbeelden elders in het land laten zien dat het kan. Het is een kwestie van willen.

Aanzetten
Gemeenten hebben straks een rol in het leven van hun inwoners, die groter is dan ooit. Met name in de (jeugd)zorg en ondersteuning naar betaald of beschut werk, worden de besluiten vanaf 2015 lokaal genomen. Laat de inwoners van onze gemeente meebeslissen over de totstandkoming van plannen die hen direct raken. Laat hen bijvoorbeeld meeschrijven aan het collegeprogramma.

GroenLinks Zwolle heeft de afgelopen tijd een paar aanzetten gegeven, beperkt van aard en schaal, maar ze zijn dan ook bedoeld om de discussie aan te wakkeren, niet om de vorm vast te leggen.
Zo pleiten we ervoor met cliënten die straks voor hun zorg van de gemeente afhankelijk zijn, een akkoord te sluiten. In dit akkoord leggen cliënten vast wat zij belangrijk vinden en onderschrijft de gemeente die prioriteiten. In de aanloop hebben we gesprekken met cliënten en mantelzorgers gevoerd en een eerste aanzet tot zo’n sociaal cliëntenakkoord op papier gezet.
Ook hebben we een referendum voorgesteld over de inmiddels zwaar gedateerde bouwplannen voor  het buitengebied, een knoop die het gemeentebestuur jaar na jaar niet heeft willen doorhakken.[3]
Op de derde plaats pleiten we al sinds jaar en dag voor structurele wijkbudgetten en de bijbehorende wijkdemocratie. En we willen graag experimenteren met online wijkplatforms om die wijkdemocratie te ondersteunen en een rechtstreekse verbinding te leggen tussen wijkbewoners en ‘hun’ volks­ver­tegen­woordigers in de gemeenteraad. De Amerikaanse hoogleraar Jim Diers[4] schetst daarbij een wenkend perspectief: wijken en buurten die aan kunnen tonen brede lagen uit de bevolking te betrekken krijgen meer verantwoordelijkheden. Zo betrekt hij ook mensen met een verstandelijke beperking, jongeren en allochtonen in de wijken, groepen die je normaal gesproken niet of nauwelijks ziet op gemeentelijke inspraakbijeenkomsten.
In een blog hebben wij wel eens geopperd dat we de klassieke democratische methode van loting zouden kunnen inzetten bij het samenstellen van klankbordgroepen.[5] Misschien is het ook een goed idee voor de wijkdialogen en wie weet voor een heuse stadsdialoog.[6]

Oproep
Nogmaals: het zijn niet meer dan aanzetten om het gesprek mee te openen. De voorbeelden elders in het land laten zien dat er nog veel meer mogelijk is. Een deltaplan maakt een partij niet in haar eentje, dat maken we samen. Laten we onze denkkracht bundelen en de democratie ophogen met nieuwe lagen van zeggenschap, waarmee we mensen weer echt betrekken bij het bestuur van de stad! In een stad boven de ‘democratische zeespiegel’ heb je geen dijk nodig tegen een dreigende overstroming van gevoelens van onvrede en machteloosheid.

*Dit artikel heb ik als lijsttrekker van GroenLinks Zwolle samen met kandidaat-raadslid Remko de Paus geschreven


[1] De zogeheten G1000 Amersfoort is een bijeenkomst van 1000 burgers van Amersfoort op 22 maart 2014: http://www.g1000amersfoort.nl/.
In de gemeente Oude IJsselstreek is de motie besturingsaanpak aangenomen.
De burgemeester van Noordwijk heeft voorafgaand aan de verkiezingen het idee gelanceerd om een bevolkingspanel mee te laten beslissen over belangrijke vraagstukken.
Deze en meer voorbeelden zijn te vinden op http://decaleidoscoop.org/
Zie ook de ideeën van de Gemeenteraad van de Toekomst, zoals verwoord in een Brief aan de Koning.

[2] TNS Nipo voorspelt dat het opkomstpercentage onder de helft zal uitkomen (landelijk gemiddelde).
In 2010 was de opkomst in Zwolle overigens ook maar net boven de helft: 54,1%.

[3] Inmiddels is uit de stemwijzer De Stem Van Zwolle duidelijk geworden, dat de een ruime meerderheid van de partijen die aan de verkiezingen deelnemen wil afzien van woningbouw in het buitengebied.

[4] Neighbor Power, building community the Seattle way – Jim Diers

[5] Loten en klankborden, uit mei 2010

[6] David van Reybrouck bepleit in zijn pamflet ‘Tegen verkiezingen’ zelfs een volledig uitgewerkt systeem van loting voor het bestuur van het land. Zie ook zijn stukken in De Correspondent: https://decorrespondent.nl/davidvanreybrouck

Zeggenschap en tegenmacht

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on december 24, 2013

Bij democratie draait het om de mate van zeggenschap die je hebt om je leven vorm te geven, in je directe woonomgeving, op je werk, in de samenleving waar je deel van uitmaakt. Fundamentele gelijkwaardigheid van mensen, vrijheid van meninguiting en toegang tot alle relevante informatie zijn daarom wezenlijke bestanddelen van democratie. In navolging van Christiaan van der Veeke wil ik ‘op een heel andere manier naar het fenomeen democratie kijken.’[1] Ik pleit ervoor om democratie veel ruimer te definiëren.

Daarbij zal ik mij beperken tot twee aspecten, aansluitend bij een centrale notie in het betoog van Van der Veeken: “het is belangrijk dat we democratie niet reduceren tot verkiezingen en een representatief parlementair systeem. En dat we de rol van de burger niet conceptueel beperken tot stemmen en het uitoefenen van controle, maar aanvullen met deliberatie, aanvechting en agendering.”
Op het eerste punt bepleit ik een verruiming van (het denken over) democratie tot de private sector. Voor de functies van deliberatie, aanvechting en agendering is informatie­voorziening van cruciale betekenis. Ook op dat punt ga ik hieronder in.

Zeggenschap

In de kopij voor een lesboek voor het vak economie die ik als redacteur een jaar of tien geleden onder ogen kreeg, stond een intrigerende tabel met de 100 grootste economische machten in de wereld anno 2000[2]. Daarin zijn de landen gerangschikt naar bruto nationaal product en de bedrijven naar omzet. De lijst bevat meer ondernemingen dan landen! Je kunt met in het achterhoofd de conclusies van Joris Luyendijk na twee jaar onderdompeling in de Londense City haast zeggen: je kunt hier en daar beter spreken van landen in een bedrijf dan van bedrijven in een land.[3]
Het is in dat licht dat ik de woorden van Van der Veeke wil lezen: “de termen samenleving en rechtstaat dekken de lading niet wat betreft de demos en democratie.” Wat hebben we aan een ogenschijnlijk keurig werkend systeem van parlementaire democratie waarin je direct en indirect invloed kunt uitoefenen op de gang van zaken in je gemeente, provincie, land of gemeenschap van landen, als de echte machten zoals internationaal opererende bedrijven geheel buiten dit systeem om opereren? Als we iets zouden kunnen leren van de ‘bankencrisis’ en de ‘Eurocrisis’ dan is het wel dat de beslissingen en het beleid van private ondernemingen zonder enige democratische legitimatie een enorme invloed kunnen uitoefenen op complete nationale en transnationale economieën en daarmee op het dagelijks leven van mensen.[4]

Behalve naar de macht van bedrijven ten opzichte van democratisch bestuurde landen, kunnen we ons ook richten op de zeggenschap die mensen als werknemer of consument hebben ten opzichte van bedrijven. In ons land kennen we een wettelijke verankerde medezeggenschap, die bijvoorbeeld in het onderwijs niet alleen de werknemers bepaalde bevoegdheden verleent, maar ook de ‘klanten’: de leerlingen of ouders. Bij ondernemingsraden beperkt de medezeggenschap zich tot de werknemers en in de praktijk hebben de toegekende bevoegdheden een beperkte waarde. Je zou kunnen zeggen dat het democratisch gehalte in zo’n situatie laag is.

Bij democratie gaat het in mijn ogen om de zeggenschap die je hebt, de invloed die je kunt uitoefenen in de situatie waarin je je bevindt. De fundamentele gelijkwaardigheid van mensen vereist logischerwijs dat iedereen ten principale – net zo goed als dat geldt voor de vrijheid van meninguiting – evenveel recht heeft op zeggenschap. Dan moet ieders individuele recht op invloed dus niet beperkt blijven tot het publieke domein, al helemaal niet nu dat zeker niet meer de belangrijkste factor van betekenis is in een samenleving die gedomineerd wordt door ‘de economie’. Zeggenschap van burgers als consumenten en als werknemers bij de vaststelling van het beleid van particuliere bedrijven – en het gelijke speelveld dat daarvoor nodig is – zou democratie tot stand kunnen brengen in alle relevante geledingen van de maatschappij. En wellicht fungeert deze vorm van democratie dan als breekijzer om de ongeclausuleerde macht van megabedrijven te bedwingen.

Tegenmacht

Om invloed te kunnen uitoefenen, zowel in het publieke domein als in de private sector, heb je informatie nodig. De trits van Den Uyl bevatte niet voor niets behalve de spreiding van inkomen en macht ook kennis.
In de democratie wordt sinds Montesquieu gesproken over drie onderscheiden en (theoretisch) gescheiden machten, de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Maar zeker in de tegenwoordige informatiemaatschappij valt er veel te zeggen voor een vierde macht, een tegenmacht, die een goede informatievoorziening waarborgt. Informatie is immers onontbeerlijk voor het goed functioneren van democratie, zowel in de conventionele betekenis als in een ruimere opvatting van uitoefening van zeggenschap.
“Journalistiek, gericht op waarheidsvinding en onafhankelijke duiding van relevante thema’s en ontwikkelingen, is een voorwaarde voor een goed functionerende democratie. Het is dan ook de taak van de wetgever en uitvoerende overheden om die te faciliteren, ook met funding. Goede informatie is een grondrecht.” Aldus journalist en voormalig Sp!ts-hoofdredacteur Bart Brouwers.[5]
Ik zal hier niet ingaan op de zeven verschillende opties die Brouwers noemt voor de vorm waarin de overheid de informatievoorziening zou kunnen schragen – hoe interessant ook bijvoorbeeld de suggestie is om de verdeling van het geld te laten bepalen door de gebruikers van de informatiebronnen. Ook de discussie over de onafhankelijkheid van de journalistieke media versus overheidssteun laat ik hier rusten met de constatering dat het idee dat de markt de persvrijheid wel garandeert, al lang niet meer door de feiten wordt geschraagd.[6]
Het is mij met dit citaat te doen om de notie dat goede informatie een grondrecht is. Om het ideaal van zeggenschap waar te kunnen maken is informatie in de zin die Brouwers omschrijft, een noodzakelijke voorwaarde. Ik geef een eenvoudig voorbeeld uit mijn eigen ervaring als gemeenteraadslid om het belang van duiding en interpretatie handen en voeten te geven.
De formele beantwoording van de bezwaren die inwoners van Zwolle indienen tegen bestemmingsplannen of tegen bouwaanvragen (pardon, ik bedoel natuurlijk aanvragen voor een omgevingsvergunning) is soms zo onbegrijpelijk dat iemand onlangs in de raadsvergadering kwam inspreken om zijn gelijk te halen terwijl hij dat in de ‘zienswijzennota’ al lang had gekregen. Inmiddels heb ik via een motie voor elkaar gekregen dat mensen in begrijpelijke taal een reactie ontvangen[7], maar het punt dat ik wil maken is duidelijk: alleen alle informatie openbaar maken volstaat niet om daadwerkelijke zeggenschap te garanderen.
Denk alleen maar aan de praktijk om nieuws dat men liever niet bekend maakt op ongunstige tijdstippen te publiceren, of in de slipstream van grote nieuwsitems, in de hoop dat die de onwelgevallige openbaarmaking zullen overschaduwen.
‘Onafhankelijke duiding van relevante thema’s en ontwikkelingen’ maakt net zo goed onderdeel uit van de noodzakelijke informatievoorziening als ‘waarheidsvinding’ en openbaarheid van bestuur. De journalistiek is daarmee in het bezit van de kostbare tegenmacht, de vierde pijler onder onze parlementaire democratie en al even noodzakelijk voor de werkelijke invloed in alle andere situaties waarin we iets te zeggen willen hebben over ons eigen leven.

Zeggenschap en tegenmacht

Als je dit idee van de journalistiek (en ik schrijf natuurlijk opzettelijk niet: ‘de (conventionele) media) als vierde pijler van de democratische samenleving combineert met de grondgedachte van het recht op zeggenschap in alle domeinen van de samenleving, ook de private sector, dan blijkt pas echt hoezeer Van der Veeke gelijk heeft met zijn constatering dat we over het algemeen democratie veel te beperkt opvatten. Want aan controlerende informatievoorziening over bedrijfsbeleid om daadwerkelijke zeggenschap te schragen schort het in onze huidige samenleving ten enenmale. Als je het zo bekijkt, hebben we democratie in de gangbare praktijk geheel beperkt tot een zeer afgepaald deel van de maatschappij dat we het publieke domein noemen. Een niet onbelangrijk deel, maar in veel opzichten niet (meer) het invloedrijkste deel. Er ligt nog veel democratiseringswerk voor de schaar.

Deze tekst is eerder gepubliceerd in Waterstof #68, november 2013


[1] De onbepaaldheid van de demos: Democratie als onvoorspelbare politieke praktijk. Waterstof 67, september 2013. Van der Veeken is in mei van dit jaar gepromoveerd op ‘Kritische filosofie en de democratische horizon’; zie de website van de Erasmus Universiteit Rotterdam

[2] De tabel is gebaseerd op Medard Gabel en Henry Brunen, Global Inc. An Atlas of the Multinational Corporation, New York (The New Press) 2003. In: Ton van Haperen (eindred.), Index, economie voor de tweede fase vwo, deel 6 Globalisering. Utrecht/Zutphen (ThiemeMeulenhoff) 2005

[3] “Nog even en je hebt niet langer landen met een financiële sector, maar een financiële sector met landen” uit: Joris Luyendijk, Het kan zo weer gebeuren, NRC 2 oktober 2013

[4] Het Prism-schandaal rond de afluisterpraktijken van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA laat zien dat bijvoorbeeld ook de nationale belangen van de VS en de belangen van Amerikaanse bedrijven een gevaarlijk onduidelijk amalgaam vormen. Op grond van de onthullingen van Glenn Greenwald zou je de gevolgtrekking kunnen maken dat de nationale inlichtingendienst die in het landsbelang zou moeten opereren en daartoe vergaande bevoegdheden heeft gekregen, zich ook voor het karretje van particuliere bedrijven laat spannen.

[5] In: Na de Deadline. Journalistiek voorbij de crisis. Amsterdam (Fast Moving Targets) 2013, pag.147. Voor een discussie over zijn stelling ‘Journalistiek is een overheidszorg’ zie Brouwers weblog DodeBomen.nl

[6] Brouwers verwijst naar politicologe Debbie Appel, Journalisten zijn visie op hun taak kwijt. In: ED.nl 12 december 2012. “Appel laat zien dat dat het dilemma tussen winstoogmerk en kwaliteitsjournalistiek de media meer dwarszit dan ze zelf toegeven.” Brouwers op. cit. pag. 172

[7] Aan mijn motie ‘Begrijpelijke reactie op zienswijzen’ is recentelijk uitvoering gegeven blijkens een informatienota aan de raad van 3 oktober jl.

Reacties staat uit voor Zeggenschap en tegenmacht

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

Posted in gemeenteraad Zwolle, landelijke politiek by patrickpolitiek on december 5, 2011

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.

Weblog Zwolle

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on maart 18, 2011

In Zwolle zijn we gezegend met een geweldige weblog (met een weliswaar wat fantasieloze maar wel heel logische naam).
Geweldig omdat een legertje razende reporters overal bij is als er wat te doen valt in de stad en daarvan binnen de kortste keren verslag doet op weblogzwolle, vaak met een serie eigen fraaie foto’s.
Ook geweldig is dat ze elk persbericht dat je ze stuurt integraal overnemen. Naar journalistieke maatstaven is dat misschien niet zo geweldig (op de opleiding moesten we als eerstejaars althans tot vervelens toe persberichten herschrijven), maar voor een politieke partij is dat lekker handig natuurlijk. Niet dat we te klagen hebben over De Stentor (in de volksmond nog steeds de Zwolse Courant trouwens) of huis-aan-huis-blad De Peperbus (vernoemd naar de kerktoren in de binnenstad met die vorm). Maar die willen vanwege hun journalistieke professionaliteit nog wel eens een eigen draai geven aan je nieuwtje. Op weblogzwolle staat je verhaal precies zoals je het zelf bedoeld hebt. Helemaal geweldig.

En het weblog wordt behoorlijk goed gelezen. Terecht, want de ruim zestig mensen die het weblog tijdens het tikken van de bovenstaande regels bezochten hebben in de tussentijd maar liefst al drie nieuwe berichten zien verschijnen. Onder die artikelen staat nu nog “Reageer! (0)” Maar dat kan snel veranderen. Soms komen er tientallen reacties op een bericht. Voor je nu denkt dat ik daar ook meteen de kwalificatie ‘Geweldig’ aan toevoeg… daar wil ik het nu juist eerst even over hebben.

Onlangs presenteerde ik, samen met een aantal partners uit de stad, een plan voor de verfraaiing van een brug over de stadsgracht. Die brug is in de jaren ’70 van de vorige eeuw 28 meter breed gemaakt, omdat men toen nog het idiote plan had omarmd om een snelweg dwars door de historische binnenstad aan te leggen. (Je kunt met eigen ogen komen kijken waarom het maar goed is dat dat onzalige plan de stad uiteindelijk bespaard is gebleven.) Nu is de brug een desolate asfaltvlakte waar per uur tientallen stads- en streekbussen overheen rijden en op drukke winkelmomenten honderden automobilisten proberen een plekje in de parkeergarage net over de gracht te bemachtigen. Op onze website (zie de pagina http://zwolle.groenlinks.nl/breed, vanwege die 28 meter, begrijp je) kun je lezen en zien hoe die brug met een paar simpele ingrepen al een stuk prettiger zou kunnen worden (zeker als straks de bussen een andere route nemen, zoals het plan is), maar daar gaat het mij nu niet om.

Op ons plan dat twee keer op weblogzwolle is terecht gekomen – eerst de aankondiging en later het verslag van de presentatie – zijn ruim twintig reacties gekomen, van twaalf verschillende bezoekers. Onder wie ‘rudy’ en ‘Sjaak’:

• Bericht door rudy, op 11 maart 2011 om 08:38
zinloos plan!
• Bericht door Sjaak, op 11 maart 2011 om 10:57
zinvol plan!

Aan zo’n uitwisseling van standpunten ken ik niet direct het predicaat ‘geweldig’ toe. In dezelfde categorie is de reactie van deze narcist:

• Bericht door ikke, op 3 maart 2011 om 23:56
Groen Links houdt nu eenmaal van bruggen met fietspaden en daar moet alles voor wijken.

Met zo’n gast ga ik maar niet in discussie. Gelukkig doen de reageerders dat over het algemeen onderling wel. En om eerlijk te zijn: ik heb in de gemeenteraad wel eens debatjes gehoord die onder dit niveau zaten:

• Bericht door stadshagen, op 10 maart 2011 om 23:21
Op deze brug staan regelmatig files. Hoe kun je dit oplossen als er rijbanen verdwijnen?
Dit plan slaat helemaal nergens op. Leuk idee om over te praten tijdens een borreltje. Maar meer ook niet.

• Bericht door Bart1, op 11 maart 2011 om 08:14
enige manier om van die files af te komen is de sluiting van de parkeergarages in de binnenstad. Vooral die onder de mediamarkt, maar ook die aan de pletterstraat en noordereiland. Deze zouden dan in 1 grote parkeergarage buiten de binnenstad moeten komen, met pendelbus naar de binnenstad, of op de plek van de vogeltjesbuurt (als dit al niet de bedoeling was). De garages kunnen omgebouwd worden tot iets nuttigs.

Voor de duidelijkheid: die Bart1 is geen pseudoniem van mij en (voor zover ik weet natuurlijk) ook niet van een van mijn fractiegenoten of onze steunfractieleden.

Wat je wel vaak ziet bij dit soort ‘gesprekjes’ op het net is dat de discussie – net als op verjaarsfeestjes en interruptiesdebatjes in de raadszaal – afdwaalt.

• Bericht door wichert, op 11 maart 2011 om 12:50
Swollwacht pleit al jaren voor een Transferium
[Wichert is actief voor deze lokale partij. PR]

• Bericht door Observer, op 11 maart 2011 om 17:34
@Wichert, een Transferium? nu de grootste tegenstander van een transferium, Wethouder Cnossen weg is, zijn er misschien nieuwe kansen???

Er is ook wel het een en ander af te dingen op de juistheid van de beweringen. ‘Observer’ schildert bijvoorbeeld in mijn ogen een al te negatief beeld van voormalig cu-wethouder Janco Cnossen, die in de vorige raadsperiode met GroenLinks nog in het college een mobiliteitsbeleid door de raad heeft gekregen waarin expliciet terugdringing van het binnenstedelijk autogebruik is opgenomen en die het autoluw maken van de binnenstad voor zijn rekening heeft genomen.
Veelal blijft het ook bij losse flodders zonder dat een twistpunt echt wordt uitgedebatteerd:

• Bericht door Observer, op 10 maart 2011 om 21:30
Uit alle bovenstaande reacties blijkt wel dat dit achter de Kamperpoortenbrug liggende gebied wel een oppepper kan gebruiken.
Waarom zou dit plan daar niet de aanzet voor kunnen zijn. Alleen met zeuren komen we er niet.

• Bericht door ingrid, op 10 maart 2011 om 21:42
@ Observer, da’s mooi maar doe dit maar even nu niet. We moeten al genoeg bezuinigen.

Wat hier helemaal buiten beeld blijft is dat de gemeente de komende maanden juist – ongeacht de bezuinigingen – samen met bewoners, gebruikers en bezoekers van de binnenstad tot een plan wil komen om de Zwolse binnenstad een flinke oppepper te geven.
Maar opvallend is dat in de reacties op ons plan een aantal maal standpunten met zeer relevante argumenten worden onderbouwd, zoals in een bijdrage over de komst van een nieuwe fiets- en voetgangersbrug in de buurt:

• Bericht door Observer, op 10 maart 2011 om 20:23
Die “andere’ brug is mijns inziens overbodig en stedenbouwkundig zeer ontsierend.
En ook zou deze brug op slechts 4 minuten loopafstand van de kamperpoortenbrug komen te liggen.
En daarbij, voor de helft van het geld kan de bestaande Kamperpoortenbrug opgepimpt worden.
De gemeente zou dus veel geld overhouden als ze de Rodetorenbrug niet zouden bouwen en dat is in deze tijd van bezuinigingen toch erg welkom?

Zo’n argumentatie zou op ons raadsplein ook bepaald niet misstaan. En wat te denken van Sjaak, die eerder nog alleen maar ‘zinvol plan’ noteerde. Hij blijkt bijzonder goed geïnformeerd te zijn:

• Bericht door Wallie, op 10 maart 2011 om 22:46
oww jah, en wat doen we aan die files op de brug in het weekend? met minder rijbanen zal dat er niet minder op worden. Staat straks de hele singel vol met auto’s

• Bericht door Sjaak, op 11 maart 2011 om 14:46
Dit plan moet in samenhang worden gezien met http://vimeo.com/8995467, anders is het inderdaad geen logisch plan.

In tegenstelling tot wat je aanvankelijk geneigd bent te denken, blijken zijn twee losse woorden ‘zinvol plan!’ geschraagd te worden door een behoorlijke kennis van zaken. Hij brengt dit nieuwe plan terecht in verband met een eerder voorstel van GroenLinks Zwolle voor de verkeerscirculatie in de omgeving van de brug: Sleutelring.

Al met al zijn de reacties van lezers op weblogzwolle misschien niet ‘helemaal geweldig’, maar hier en daar – in tegenstelling tot wat menigeen denkt over dit soort ‘forumpagina’s’ van een heel behoorlijk niveau. Daarmee is deze ode aan weblogzwolle compleet. Weblogzwolle – in een woord: geweldig!

documentatie:
www.weblogzwolle.nl
http://zwolle.groenlinks.nl/breed: ons plan voor de Kamperpoortenbrug
http://www.weblogzwolle.nl/content/view/22001/55/: de aankondiging van de presentatie van ons plan + 4 reacties
http://www.weblogzwolle.nl/content/view/22110/55/: verslag van de presentatie van ons plan (ons eigen persbericht, aangevuld met foto’s van de weblogreporter) + 19 reacties
http://zwolle.groenlinks.nl/sleutelring: ons verkeerscirculatieplan dat de basis vormt voor het voorstel voor de brug

De overheid als tegenstander

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on december 15, 2010

Beste raadsleden,
De gemeente Zwolle heeft de vervelende eigenschap om de problemen in stukjes te knippen en die in volgorde van politieke urgentie aan te pakken. Bij elke deeloplossing sluit ze opties af. Tegen de tijd dat de burgers aan de beurt zijn, zijn alle opties vergeven en staan de burgers voor voldongen feiten: “Jammer maar helaas voor u, het kan niet anders!”
(…)
De communicatie van de gemeente in voor burgers relevante kwesties lijkt er vooral op gericht om de burgers te laten zien hoe goed de gemeente het doet. En als de burger daar niet in meegaat is het: “Bent u het er niet mee eens? Dan zal ik het u nog een keertje uitleggen!”
(…)
Als burgers met hun inhoudelijke zienswijzen komen, worden die niet inhoudelijk (bestuurlijk of ambtelijk) behandeld, maar juridisch. Bij de juristen gaat het maar om één ding: ‘kunnen wij een verhaal in elkaar knutselen waarmee de gemeente zichzelf wijs kan maken dat ze  formeel ‘rechtmatig’ gehandeld heeft?’ Als dank voor de bewezen diensten krijgen de participerende burgers
vervolgens een gedrocht in handen geduwd: de beruchte ‘Nota van  Inspraak en Overleg’. Daarin kunnen ze lezen dat zij het ‘jammer maar helaas het spijt ons ook nu weer maar het is niet anders’ bij het verkeerde eind hebben. Burgers die daar achter komen besluiten nogal eens om het gevecht zelf ook juridisch te gaan voeren. En verliezen dat dus óók. Althans bij de gemeente. Bij de RvS en de rechter wil dat nog wel eens anders liggen.
(…)
Op een enkele uitzondering na, heb ik de gemeente leren kennen als een club die ondanks alle schijn van het tegendeel aan het einde van de rit altijd haar zin wil hebben en daarbij bovendien ook nog eens altijd haar gelijk wil hebben. En daarbij geen middel schuwt. Als burger krijgt je daar een keer genoeg van.
(…)
We praten hier niet over plooitjes gladstrijken, maar over fundamenteel en al jarenlang negeren van belangen van burgers. Dat kunt u niet glad strijken in een praatclubje. Dat dient fundamenteel en formeel te worden aangepakt.

Een betrokken en participerende burger*

 

Beste burger,
Het hoge woord moet er maar meteen uit: het is allemaal waar wat je zegt, toch heb je het volkomen bij het verkeerde eind. Je ziet de gemeente namelijk als tegenstander. Dit is een fundamentele vergissing en een vreselijke bron van misverstanden en aanhoudende ellende.

Eerst maar eens wat er allemaal waar is van je aanklacht.

De gemeente stelt burgers nogal eens voor voldongen feiten. – Ja.
Problemen worden in volgorde van politieke urgentie aangepakt. – Klopt.
Daartoe worden nogal eens kwesties in deelproblemen uiteengetrokken. – Heel menselijk inderdaad.
Ambtenaren en wethouders verdedigen een ingenomen standpunt en leggen graag nog eens uit waarom. – Absoluut aan de orde van de dag, al zijn er ook flink wat gevallen bekend waarin men zich laat overtuigen door individuele burgers of belangengroepen. Er zijn al heel wat bomen gered, fietspaden gestrooid, woningen minder of ergens anders gebouwd, rotondes aangelegd, wegen verbreed of juist versmald, fietsenklemmen geplaatst, busroutes gewijzigd, parken beter ingericht, speeltoestellen vernieuwd en er is , om iets heel anders te noemen, een complete daklozenopvang naar een betere plek gedirigeerd door de beargumenteerde inbreng van individuele of groepen burgers die de moeite namen mee te denken en mee te praten.

En ja, als na een interactief beleidsproces – in Zwolle is daarvoor de term ‘beginspraak’ in zwang –  de uitkomsten van het overleg met alle belanghebbenden worden verankerd, slaan alle partijen de formeel-juridische weg in van bestemmingsplan, zienswijzen en beroepsmogelijkheden. – Zeker, partijen die eerst samen aan de overlegtafel hebben geprobeerd een goed plan te maken, kunnen in het vervolg van het traject alsnog een juridisch geschil aangaan. Gelukkig maar dat die mogelijkheid er is: anders zou je ook zomaar het slachtoffer kunnen worden van een clubje dat in een mooi participatieproces de eigen gedeelde belangen doordrukt ten koste van jouw belang, zonder dat er ooit nog een mens naar omkijkt. Dat hebben we gelukkig netjes geregeld in ons systeem van checks and balances.

Maar, maar, maar

“De gemeente”, dat zijn wij allemaal. De gemeente is niet een abstracte organisatie waarvan de werknemers jou als burger eens lekker hun wil kunnen opleggen.

De voldongen feiten waar je het over hebt, zijn tot stand gekomen in een democratisch proces. De gekozen volksvertegenwoordigers leggen bijvoorbeeld van tevoren de voorwaarden vast waaraan de uitkomsten van een planproces met alle betrokken partijen moeten voldoen. Als de gemeenteraad bepaalt dat er aan de rand van de binnenstad nog zoveel woningen bij moeten komen, dan is dat een voldongen feit waar alle participerende burgers die aan de tekentafel zitten, het mee moeten doen. Dat is niet om de betrokken burger die van het parkeerterrein daar graag een mooi park wil maken, dwars te zitten. Dat is omdat voor de meerderheid in de raad het belang van die woningen voor de stad het zwaarste weegt. Zo zijn de spelregels nu eenmaal. Die raad is er nu juist om alle belangen een stem te geven en tegen elkaar af te wegen en de knopen door te hakken.

Die raad is er ook om de problemen aan te pakken in volgorde van belangrijkheid. En daarbij  te letten op de kosten. Het fietsparkeerprobleem op het plein waaraan theater Odeon, filmtheater Het Fraterhuis en Museum de Fundatie ligt los je misschien het beste op door de lege discotheek om de hoek op te kopen en om te bouwen tot fietsenstalling. Maar die paar miljoen zijn ook dringend gewenst voor urgentere problemen in de stad. Daar hoeft de individuele burger-kroegeigenaar die geen fietsen voor zijn terras wil geen rekening mee te houden. Maar de volksvertegenwoordiging wel. Daarom stelt de gemeenteraad in het algemeen belang de grenzen vast, waarbinnen verder iedereen mag opkomen  voor zijn eigen stokpaardjes, fantastische ideeën en particuliere belangen.

En de gemeente die zoals je zegt ‘haar zin wil hebben’ heeft in dit soort gevallen volgens de spelregels per definitie gelijk. Die ambtenaren die nog eens uitleggen waarom echt niet kan wat je wil, zijn de uitvoerders van het beleid dat wij raadsleden namens alle Zwollenaren vaststellen in het belang van de hele stad en haar inwoners.

Groene en Linkse groet,
Patrick Rijke
lid gemeenteraad Zwolle

 

*de citaten zijn uit een werkelijk verstuurde e-mail, waarin de betreffende inwoner van Zwolle zichzelf als zodanig betitelt.

Genieten van het leven

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on juni 30, 2010

De echte wereld wint het van de virtuele wereld. Er gaat toch niets boven de zon op je huid, muziek en theater in de open lucht en de kleuren van moeder natuur op je netvlies. Daar kan het internet niet tegen op.

In één opzicht maakt het niet uit of je in de echte of de virtuele wereld rondwandelt: de meeste mensen klagen wat af zeg. Het gemiddelde internetforum is al net zo erg als een wijkplatform in pakweg de Zwolse binnenstad. Afgaand op wat je daar hoort is er echt helemaal niets leuks aan het leven: er zitten je alleen maar dingen of medemensen dwars, anderen – vooral overheden – regelen alles hopeloos, communicatie is steevast een puinhoop en… de spreker/schrijver weet het allemaal veel beter!
Je zou subiet een einde maken aan je leven… als je niet lekker de zon in zou kunnen, op een terrasje genieten van de zomerzwoelte en een biertje, zwemmen in een plas, meelopen met een theatervoorstelling in diezelfde binnenstad!
O ja vreselijk: het festival heeft z’n logo her en der op de fonkelnieuwe bestrating gespoten, moet volgend jaar echt absoluut streng worden verboden, en het verbod streng gecontroleerd, en de controleurs in de gaten gehouden, evenals de kosten, nou ja de subsidie moet sowieso worden ingetrokken, want zo’n festival geeft eigenlijk alleen maar overlast – ach na een regenbuitje zijn de graffiti weggespoeld, gelukkig hechten de herinneringen beter!

Mag ik over één ding trouwens ook even klagen: het evenementenbeleid. Ja, daar is ook beleid voor. En dat dicteert dat evenementen er niet zijn om gewoon lekker van te genieten. Nee, evenementen zijn er om het culturele profiel van de stad Zwolle te verbeteren. Daar kan ik me nou over opwinden! Weet je, dat gemeentebestuur waar ik deel van uitmaak, dat kan me wat. Al verordonneren ze nog zo vaak dat cultuur er niet is om van te genieten: ik doe het lekker toch!
Ik heb gezegd wat ik heb gezegd.
(En nou ga ik weer lekker naar buiten.)

o ja, ook nog een post scriptum: ze gaan dat evenementenbeleid in de toekomst ook nog “dynamiseren” – mooi voorbeeld van framing lijkt me: klinkt alsof er veel schwung in komt, maar let op: straks wordt er nog minder getolereerd!

Tagged with: , , ,

Directe demokratie

Posted in gemeenteraad Zwolle by patrickpolitiek on mei 16, 2010

Aan de hand van het laatste GroenLinks congres over het verkiezingsprogramma kun je mooi de voor- en nadelen van directe demokratie aflezen.

Om te beginnen is er de actieve betrokkenheid van de deelnemers. Allerlei werkgroepen binnen de partij, veel lokale afdelingen en een aantal individuele leden hebben samen honderden amendementen geformuleerd om het conceptprogramma in hun ogen op bepaalde punten te verbeteren. Een aantal van deze actievelingen heeft tijdens een zogeheten amendementenmarkt ook nog eens gesproken over het samenvoegen van op elkaar lijkende of elkaar overlappende wijzigingsvoorstellen. En honderden leden komen op een goede dag bij elkaar om te stemmen over veel van die voorstellen (alleen kleinere wijzigingen van meer redactionele aard worden zonder meer overgenomen).

Al deze activiteiten leiden bovendien tot aantoonbare verbeteringen in formuleringen, tot relevante aanvullingen en aanscherpingen van concrete programmapunten. Participatie leidt tot kwaliteitsverhoging. Hetzelfde fenomeen heb ik vorig jaar van dichtbij meegemaakt in onze eigen Zwolse programmacommissie, die door de actieve inbreng tijdens besprekingen en een amendementenmarkt de kwaliteit van het programma tot grote hoogte heeft weten te krijgen.

Maar er is ook een keerzijde. Heel veel leden waren niet aanwezig op het congres en hebben dus niet meegestemd. Zij waren ook niet vertegenwoordigd door bijvoorbeeld een afvaardiging van hun afdeling. Zij hebben totaal geen inbreng gehad. In verkiezingstermen: zo’n congres heeft een laag opkomstpercentage.

En dan het bekende referendumprobleem: je kunt alleen voor of tegen stemmen. Elk amendement apart: voor of tegen? Er is geen gelegenheid tot nuanceringen of afstemming op andere wijzigingen, in de loop van de tijd raakt de individuele stemmer het zicht op het geheel kwijt, consequenties van een wijziging kunnen niet meer worden doordacht. Als het eindresultaat een evenwichtig totaalplan is, is dat meer toeval dan wijsheid.

Ironie der ironieën: tijdens de schier eindeloze reeks referenda over alle programmapunten sneuvelde in een nek-aan-nek-stemming het referendumvoorstel. En dat terwijl de GroenLinksfractie in de Tweede Kamer het initiatief heeft genomen om een correctief en een raadgevend referendum mogelijk te maken: “Eens in de vier jaar stemmen is een te beperkte invulling van de democratische zeggenschap van burgers. Het referendum is een aanvulling op onze vertegenwoordigende democratie.” – zo luidt de argumentatie voor dit voorstel…

Mensen stemmen niet op basis van feiten en argumenten, maar laten zich leiden door waarden en emoties, aldus Jan Kuitenbrouwer in een interessant betoog in NRC’s Opinie en Debat over framing.

Rationeel ben ik erg vóór invoering van vormen van meer directe demokratie, maar mijn gevoel zegt na het laatste congres dat een referendum toch niet zo’n goed idee is.

Dan moet ik als volksvertegenwoordiger hard op zoek naar andere vormen om de demokratische zeggenschap van burgers te verrijken.