Patrick Politiek

Drie losse gedachten

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on oktober 23, 2016

Vanmiddag gaf minister Plasterk in Buitenhof een suggestie mee aan de commissie staatkundige vernieuwing die hij nog steeds een keer moet instellen. Hoewel best een zinvolle gedachte om in de toekomst om te gaan met de spanning tussen de Tweede en de Eerste Kamer, was het nogal een losstaande suggestie. In de categorie ‘losse flodders’ heb ik er ook nog wel drie, die ik de commissie in overweging geef.

  1. Bewindslieden zijn geen lid van een politieke partij

In de jaren ’60 van de vorige eeuw[i] kwam het nog voor: ministers en staatssecretarissen die het ambt kregen toebedeeld niet omdat zij lid waren van een regeringspartij, maar louter vanwege hun bekwaamheden. Laten we dat tot stelregel maken. Dat heeft twee grote voordelen. We krijgen in het vervolg alleen nog bewindslieden die hun sporen hebben verdiend in de maatschappij en in elk geval geen mensen meer die het ambt alleen krijgen als beloning voor bewezen diensten binnen een partij. Bovendien verliezen partijen hun functie als carrièrevehikels en kunnen zij zich volledig richten op hun primaire doel: het inbrengen van wensen en belangen in het publieke debat en in de democra­tische besluitvorming.

  1. Een wet is ten minste tien jaar van kracht

Een van de gebreken van de parlementaire besluitvorming waar onze samenleving veel last van heeft, is het gebrek aan kwaliteit van veel wetgeving. Wetten worden om politieke (bezuinigings) redenen overhaast ingevoerd (decentralisatie sociaal domein), blijken in de praktijk onuitvoerbaar (pgb-uitbetaling) en negatieve adviezen van de Raad van State worden in de wind geslagen (‘passend onderwijs’[ii]). Als wetten tien jaar van kracht moeten blijven, gaat daar een preventieve werking van uit: de Kamers bedenken zich allebei wel twee keer voordat ze iets tot wet verheffen. En zo blijft de samenleving ook mooi verschoond van steeds sneller veranderende wet- en regelgeving.

  1. Een modern ‘schervengericht’

In de klassieke Atheense democratie konden burgers de naam van een politicus die ze te machtig vonden worden of die ze om andere reden zat waren, op een stuk aardewerk krassen. De politicus die – boven een ondergrens – het meest werd ‘genomineerd’, werd voor tien jaar verbannen.  Een moderne variant zou een gekwalificeerde meerderheid van redelijke burgers aan een manier helpen om een populist die de rechtstaat bedreigt af te stoppen voor het te laat is. Of om een godsdienst die zijn regels via een partij aan de hele samenleving zou willen opleggen tijdig te stuiten. Zo maken we onze democratie weerbaar[iii] tegen intolerantie en ondemocratische bedreigingen.

[i] Kabinet Zijlstra, 1966-67
[ii] bedoeld is het wetsvoorstel extra ondersteuning onderwijs dat 11 april jl. is ingediend ondanks een advies van de RvS van het hele wetsvoorstel af te zien.
[iii] referentie aan Bastiaan Rijpkema, Weerbare democratie

Tagged with: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: