Patrick Politiek

Zeggenschap en tegenmacht

Posted in landelijke politiek by patrickpolitiek on december 24, 2013

Bij democratie draait het om de mate van zeggenschap die je hebt om je leven vorm te geven, in je directe woonomgeving, op je werk, in de samenleving waar je deel van uitmaakt. Fundamentele gelijkwaardigheid van mensen, vrijheid van meninguiting en toegang tot alle relevante informatie zijn daarom wezenlijke bestanddelen van democratie. In navolging van Christiaan van der Veeke wil ik ‘op een heel andere manier naar het fenomeen democratie kijken.’[1] Ik pleit ervoor om democratie veel ruimer te definiëren.

Daarbij zal ik mij beperken tot twee aspecten, aansluitend bij een centrale notie in het betoog van Van der Veeken: “het is belangrijk dat we democratie niet reduceren tot verkiezingen en een representatief parlementair systeem. En dat we de rol van de burger niet conceptueel beperken tot stemmen en het uitoefenen van controle, maar aanvullen met deliberatie, aanvechting en agendering.”
Op het eerste punt bepleit ik een verruiming van (het denken over) democratie tot de private sector. Voor de functies van deliberatie, aanvechting en agendering is informatie­voorziening van cruciale betekenis. Ook op dat punt ga ik hieronder in.

Zeggenschap

In de kopij voor een lesboek voor het vak economie die ik als redacteur een jaar of tien geleden onder ogen kreeg, stond een intrigerende tabel met de 100 grootste economische machten in de wereld anno 2000[2]. Daarin zijn de landen gerangschikt naar bruto nationaal product en de bedrijven naar omzet. De lijst bevat meer ondernemingen dan landen! Je kunt met in het achterhoofd de conclusies van Joris Luyendijk na twee jaar onderdompeling in de Londense City haast zeggen: je kunt hier en daar beter spreken van landen in een bedrijf dan van bedrijven in een land.[3]
Het is in dat licht dat ik de woorden van Van der Veeke wil lezen: “de termen samenleving en rechtstaat dekken de lading niet wat betreft de demos en democratie.” Wat hebben we aan een ogenschijnlijk keurig werkend systeem van parlementaire democratie waarin je direct en indirect invloed kunt uitoefenen op de gang van zaken in je gemeente, provincie, land of gemeenschap van landen, als de echte machten zoals internationaal opererende bedrijven geheel buiten dit systeem om opereren? Als we iets zouden kunnen leren van de ‘bankencrisis’ en de ‘Eurocrisis’ dan is het wel dat de beslissingen en het beleid van private ondernemingen zonder enige democratische legitimatie een enorme invloed kunnen uitoefenen op complete nationale en transnationale economieën en daarmee op het dagelijks leven van mensen.[4]

Behalve naar de macht van bedrijven ten opzichte van democratisch bestuurde landen, kunnen we ons ook richten op de zeggenschap die mensen als werknemer of consument hebben ten opzichte van bedrijven. In ons land kennen we een wettelijke verankerde medezeggenschap, die bijvoorbeeld in het onderwijs niet alleen de werknemers bepaalde bevoegdheden verleent, maar ook de ‘klanten’: de leerlingen of ouders. Bij ondernemingsraden beperkt de medezeggenschap zich tot de werknemers en in de praktijk hebben de toegekende bevoegdheden een beperkte waarde. Je zou kunnen zeggen dat het democratisch gehalte in zo’n situatie laag is.

Bij democratie gaat het in mijn ogen om de zeggenschap die je hebt, de invloed die je kunt uitoefenen in de situatie waarin je je bevindt. De fundamentele gelijkwaardigheid van mensen vereist logischerwijs dat iedereen ten principale – net zo goed als dat geldt voor de vrijheid van meninguiting – evenveel recht heeft op zeggenschap. Dan moet ieders individuele recht op invloed dus niet beperkt blijven tot het publieke domein, al helemaal niet nu dat zeker niet meer de belangrijkste factor van betekenis is in een samenleving die gedomineerd wordt door ‘de economie’. Zeggenschap van burgers als consumenten en als werknemers bij de vaststelling van het beleid van particuliere bedrijven – en het gelijke speelveld dat daarvoor nodig is – zou democratie tot stand kunnen brengen in alle relevante geledingen van de maatschappij. En wellicht fungeert deze vorm van democratie dan als breekijzer om de ongeclausuleerde macht van megabedrijven te bedwingen.

Tegenmacht

Om invloed te kunnen uitoefenen, zowel in het publieke domein als in de private sector, heb je informatie nodig. De trits van Den Uyl bevatte niet voor niets behalve de spreiding van inkomen en macht ook kennis.
In de democratie wordt sinds Montesquieu gesproken over drie onderscheiden en (theoretisch) gescheiden machten, de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Maar zeker in de tegenwoordige informatiemaatschappij valt er veel te zeggen voor een vierde macht, een tegenmacht, die een goede informatievoorziening waarborgt. Informatie is immers onontbeerlijk voor het goed functioneren van democratie, zowel in de conventionele betekenis als in een ruimere opvatting van uitoefening van zeggenschap.
“Journalistiek, gericht op waarheidsvinding en onafhankelijke duiding van relevante thema’s en ontwikkelingen, is een voorwaarde voor een goed functionerende democratie. Het is dan ook de taak van de wetgever en uitvoerende overheden om die te faciliteren, ook met funding. Goede informatie is een grondrecht.” Aldus journalist en voormalig Sp!ts-hoofdredacteur Bart Brouwers.[5]
Ik zal hier niet ingaan op de zeven verschillende opties die Brouwers noemt voor de vorm waarin de overheid de informatievoorziening zou kunnen schragen – hoe interessant ook bijvoorbeeld de suggestie is om de verdeling van het geld te laten bepalen door de gebruikers van de informatiebronnen. Ook de discussie over de onafhankelijkheid van de journalistieke media versus overheidssteun laat ik hier rusten met de constatering dat het idee dat de markt de persvrijheid wel garandeert, al lang niet meer door de feiten wordt geschraagd.[6]
Het is mij met dit citaat te doen om de notie dat goede informatie een grondrecht is. Om het ideaal van zeggenschap waar te kunnen maken is informatie in de zin die Brouwers omschrijft, een noodzakelijke voorwaarde. Ik geef een eenvoudig voorbeeld uit mijn eigen ervaring als gemeenteraadslid om het belang van duiding en interpretatie handen en voeten te geven.
De formele beantwoording van de bezwaren die inwoners van Zwolle indienen tegen bestemmingsplannen of tegen bouwaanvragen (pardon, ik bedoel natuurlijk aanvragen voor een omgevingsvergunning) is soms zo onbegrijpelijk dat iemand onlangs in de raadsvergadering kwam inspreken om zijn gelijk te halen terwijl hij dat in de ‘zienswijzennota’ al lang had gekregen. Inmiddels heb ik via een motie voor elkaar gekregen dat mensen in begrijpelijke taal een reactie ontvangen[7], maar het punt dat ik wil maken is duidelijk: alleen alle informatie openbaar maken volstaat niet om daadwerkelijke zeggenschap te garanderen.
Denk alleen maar aan de praktijk om nieuws dat men liever niet bekend maakt op ongunstige tijdstippen te publiceren, of in de slipstream van grote nieuwsitems, in de hoop dat die de onwelgevallige openbaarmaking zullen overschaduwen.
‘Onafhankelijke duiding van relevante thema’s en ontwikkelingen’ maakt net zo goed onderdeel uit van de noodzakelijke informatievoorziening als ‘waarheidsvinding’ en openbaarheid van bestuur. De journalistiek is daarmee in het bezit van de kostbare tegenmacht, de vierde pijler onder onze parlementaire democratie en al even noodzakelijk voor de werkelijke invloed in alle andere situaties waarin we iets te zeggen willen hebben over ons eigen leven.

Zeggenschap en tegenmacht

Als je dit idee van de journalistiek (en ik schrijf natuurlijk opzettelijk niet: ‘de (conventionele) media) als vierde pijler van de democratische samenleving combineert met de grondgedachte van het recht op zeggenschap in alle domeinen van de samenleving, ook de private sector, dan blijkt pas echt hoezeer Van der Veeke gelijk heeft met zijn constatering dat we over het algemeen democratie veel te beperkt opvatten. Want aan controlerende informatievoorziening over bedrijfsbeleid om daadwerkelijke zeggenschap te schragen schort het in onze huidige samenleving ten enenmale. Als je het zo bekijkt, hebben we democratie in de gangbare praktijk geheel beperkt tot een zeer afgepaald deel van de maatschappij dat we het publieke domein noemen. Een niet onbelangrijk deel, maar in veel opzichten niet (meer) het invloedrijkste deel. Er ligt nog veel democratiseringswerk voor de schaar.

Deze tekst is eerder gepubliceerd in Waterstof #68, november 2013


[1] De onbepaaldheid van de demos: Democratie als onvoorspelbare politieke praktijk. Waterstof 67, september 2013. Van der Veeken is in mei van dit jaar gepromoveerd op ‘Kritische filosofie en de democratische horizon’; zie de website van de Erasmus Universiteit Rotterdam

[2] De tabel is gebaseerd op Medard Gabel en Henry Brunen, Global Inc. An Atlas of the Multinational Corporation, New York (The New Press) 2003. In: Ton van Haperen (eindred.), Index, economie voor de tweede fase vwo, deel 6 Globalisering. Utrecht/Zutphen (ThiemeMeulenhoff) 2005

[3] “Nog even en je hebt niet langer landen met een financiële sector, maar een financiële sector met landen” uit: Joris Luyendijk, Het kan zo weer gebeuren, NRC 2 oktober 2013

[4] Het Prism-schandaal rond de afluisterpraktijken van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA laat zien dat bijvoorbeeld ook de nationale belangen van de VS en de belangen van Amerikaanse bedrijven een gevaarlijk onduidelijk amalgaam vormen. Op grond van de onthullingen van Glenn Greenwald zou je de gevolgtrekking kunnen maken dat de nationale inlichtingendienst die in het landsbelang zou moeten opereren en daartoe vergaande bevoegdheden heeft gekregen, zich ook voor het karretje van particuliere bedrijven laat spannen.

[5] In: Na de Deadline. Journalistiek voorbij de crisis. Amsterdam (Fast Moving Targets) 2013, pag.147. Voor een discussie over zijn stelling ‘Journalistiek is een overheidszorg’ zie Brouwers weblog DodeBomen.nl

[6] Brouwers verwijst naar politicologe Debbie Appel, Journalisten zijn visie op hun taak kwijt. In: ED.nl 12 december 2012. “Appel laat zien dat dat het dilemma tussen winstoogmerk en kwaliteitsjournalistiek de media meer dwarszit dan ze zelf toegeven.” Brouwers op. cit. pag. 172

[7] Aan mijn motie ‘Begrijpelijke reactie op zienswijzen’ is recentelijk uitvoering gegeven blijkens een informatienota aan de raad van 3 oktober jl.

Reacties staat uit voor Zeggenschap en tegenmacht

%d bloggers op de volgende wijze: